Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knaap in de orde, zonder het hoogste doel te kennen. Maar ik dacht: Deze jongeren van Boeddha zijn wijs, zij zullen mij onderwijzen. En zij onderrichtten inij. En nu weet en versta ik beide: den grond en het loon van de ascese". Het niet-weten is dan ook de diepste oorzaak van het lijden en van het wereldproces.

Dit brengt ons tot de tweede waarheid van de Boeddhistische leer, het ontstaan van het lijden.

De oorzaak van het lijden valt samen met de oorzaak van het leven. Leven is lijden. De grond van heel ons bestaan is gelegen in den wil om te bestaan, om te genieten. De levensdrang zelf, het hangen aan het leven is dus slecht. Leert ons Gods Woord dat het leven is een kostelijke gave Gods, dat wij om die reden het leven moeten liefhebben, en in dat leven ons zelf, met al onze krachten en gaven, met al de energie die in ons is, den Heere moeten wijden, voor Boeddha is de vernietiging van den wil om te leven het hoogste. Boeddha gevoelde de verandering als een ramp en als de ellende van ons bestaan, en wijl hij geen oog had voor het eeuwige goed, geen geloof had in God, die, als het eeuwige zijn, staat boven de verandering, wijl heel het leven benauwt en er geen God is tot wien zijn moede hart kon vluchten, is dit leven niets waard, en is de uitblussching van het leven in het Nirvana de eenig veilige haven waar rust te vinden is.

De dorst naar bestaan, zoo leerde Boeddha, leidt den monsch van het eene leven tot het andere. Deze wedergeboorte geschiedt, evenals heel de verandering, volgens de grondwet der causaliteit.

Dat iemand lijdt is het gevolg van de schuld van zijn vroeger bestaan. Vanwaar die schuld? Heeft de ziel soms een zelfstandig afzonderlijk voortbestaan? Is er soms een oorspronkelijke schuld, die de zielen belast, zooals Origenes

Sluiten