Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leerde? Maar wij hebben reeds gezien dat Boeddha het be; staan van eene ziel loochende^ Is er dan soms een zondeval, waardoor wat oorspronkelijk goed was onder de macht van het kwade gekomen is? Ook dit niet. Boeddha wil van een bovenzinnelijke macht, van God, tegen wien de zonde bedreven is, van een oorspronkelijk goed of kwaad niet weten. Zijne wereldbeschouwing beperkt zich tot de zichtbare wereld. Hiermede valt ook het begrip erfzonde, ja eigenlijk heel het schrikkelijke feit, dat deH. Schrift zonde noemt. De zonde is niet eeneGode vijandelijke macht, niet eene overtreding van de goddelijke wet, want Boeddha erkent niet een God, die rechtvaardig richt. Wanneer Boeddha spreekt van zonde, dan bedoelt hij daarmede dat de mensch nog hangt aan het leven en aan het vergankelijke.

De oorzaak van het lijden is onkunde. Deze onkunde bestaat daarin dat hij het onreine, het ellendige, het onwezenlijke, het onbestendige houdt voor bestendig, genoeglijk en wezenlijk. De lijdende monsch weet niet dat het leven enkel lijden, enkel verandering is. Als hij nu maar niet alleen het lijden voelt, maar het ook recht kent, het een plaats aanwijst in het niet-ik, dan is hij vrij van de wedergeboorte.

Het woord wedergeboorte duidt bij het Boeddhisme een geheel andere zaak aan dan wat de H. Schrift ons leert van de wedergeboorte. De Schrift leert ons dat de wedergeboorte is eene verandering van den geheelen mensch in zijn innerlijk wezen, in zijn ik; eene almachtige en genadige werking des H. Geestes, waardoor Hij den zondaar inplant in het leven van Christus, hem herschept en vernieuwt naar het evenbeeld Gods, waardoor de overheerschende macht van de zonde wordt gebroken, en in den mensch een ander leven, een andere keuze begint te werken, waardoor hij niet meer de zonde dient, maar met alle liefde voor den Heere wenscht te leven. Deze wedergeboorte is dus een heerlijk voorrecht. Zij verheft, veredelt het leven

Sluiten