Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zulk een leven is feitelijk geen leven. Een leven en een toekomst heeft slechts hij. die een God heeft. Wie God verlaat verliest het levensgeluk, den troost voor het leven en voor het sterven. Wie op zich zelf vertrouwt moet, ongelukkig in zijn smart, het bestaande vervloeken of hooghartig de stem des gewetens dooden en zich verheffen boven al wat smart of wat vergaat. Bij het Boeddhisme is de mensch zijn eigen God. Hij zelf poneert de wereld, het niet-ik. Hij zelf is product van zijn daad en hij produceert weer zijn volgend bestaan. De wereld bestaat eigenlijk om den mensch. Wanneer hij tot de rechte kennis komt en al het bestaande als vergankelijk, zijn eigen ik als schijn leert kennen, dan vervalt daarmede de wedergeboorte, ja heel de wereld, „dan leert hij kennen: Vernietigd is de geboorte, voltooid het ascetenleven, gedaan wat te doen was, deze wereld bestaat verder niet".

Hoe hoog staat daartegenover het Christendom. De H. Schrift sluit het oog niet voor de droeve werkelijkheid, maar geeft waren troost in het lijden, kracht voor het leven. De H. Schrift leert ons dat het hoogste goed voor den -mensch gelegen is alleen in God, in zijne gemeenschap, in de hemelsclie zaligheid. Door het geloof gebonden aan den Eeuwiglevende, laat de christen alle schepsel varen, om in nood en in dood alleen op God te vertrouwen. Door het geloof weet de christen dat zijn lot en leven veilig is in de hand van den almachtigen en alwijzen God, die in Christus Jezus zijn Vader geworden is. Hij erkent met Paulus: „En wij weten, dat dengenen, die God lief hebben, alle dingen medewerken ten goede, dengenen, die naar zijn voornemen geroepen zijn." In Christus is God met de wereld verzoend, door de genade des Geestes verzoent God den christen met het lijden. Want zal God, die zijn eigen zoon niet gespaard heeft, met hem niet alle dingen schenken? (Rom. 8:28-32.). Het Boeddhisme vernietigt de per-

Sluiten