Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den sluier der toekomst licht hij niet op. Of het zijn is of niet-zijn, hij spreekt zich er niet over uit. Het ignoramus is het laatste.

Is dit agnosticisme voor vele twijfelzuchtigen in onze dagen aantrekkelijk, daar zij hier een compleet stelsel vinden voor hun ongeloof, de H. Schrift spreekt over dat volslagen bankroet des heidendoms dit droeve oordeel uit: „geen hoop hebbende en zonder God in de wereld" (Ef. 2:12). De slotsom waartoe Boeddha komt is vrucht van zijn atheïsme. \ Is er geen God die regeert, die loon en straffe geeft, dan heeft ook het leven geen beteekenis, dan is er ook geen hoop op een bewuste zaligheid. De stem des levens, die zetelt op den bodem van ons hart, protesteert tegen dit hopelooze resultaat. Wij verlangen naar het licht en niet naar den nacht, naar het volle leven en niet naar het onbewuste doffe stilzwijgen.

De groote klove, die het Boeddhisme scheidt van het Christendom, wordt nog duidelijker openbaar, wanneer wij de vraag beantwoorden: Welke is de weg, die leidt tot de verlossing? De H. Schrift leert ons: „Uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave" (Ef. 2:8). „Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt van alle zonden" (1 Joh. 2:7). Doch het Boeddhisme leert vlak tegenovergesteld dat de mensch zich zeiven verlost door eigen werk, door het rechte kennen.

Het leven is lijden, en daarom bestaat de verlossing in het uitdooven van do begeerte om te leven. „Dit, o monniken, is de heilige waarheid van het ophouden van het lijden, de zegepraal over en de vernietiging van deze begeerte, het laten varen en zich losmaken van dezen dorst, hem geen plaats geven." Komt, het proces van het leven tot stand door don wil om to lovcn^ hot willen moot dood worden. Houdt de begeerte op, dan houdt ook het

Sluiten