Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zelven, het Boeddhisme concentreert alle liefde op zichzelf.

Ed. von Hartmann heeft het uitgesproken '), dat het Boeddhisme juist wegens zijn religieus-zedelijke autonomie hoog staat boven alle godsdiensten. De christen doet_het goede om Godswil, maar de Boeddhist doet het goede om het goede zelf. Wij kunnen op deze tegenwerping hier niet in den breede ingaan, doch merken alleen drieërlei op: ten eerste, dat het wel een hoog zedelijk standpunt schijnt te zijn, dat men het goede doet om het goede, zonder gedachte aan eenig wetgever of rechter, zouder gedachte aan loon en straf. Maar behalve dat dit onnatuurlijk is,'vergeet von Hartmann dat feitelijk daarmede alle recht om het goede te eischen vervalt, dat ieder individu voor zich zelf heeft te beslissen wat hij goed of kwaad vindt; doch ten tweede vergeet von Hartmann, dat de christen, ofschoon hij het goede doet, omdat God het wil, toch werkelijk uit liefde tot God, geheel vrijwillig de deugd betracht. God vernieuwt zijn volk naar zijn beeld en plant daarmede hun de liefde in; om naar den wil van God in alle goede werken te leven, zoodat de taal van den dichter geheel uit hunne ziel gegrepen is: „Hoe lief heb ik uwe wet! Zij is mijne betrachting den ganschen dag" (Ps. 119 : 97). Maar ten derde, is het ook niet waar dat het Boeddhisme de deugd beoefent om het goede zelf, want volgens het Boeddhisme is het goede slechts middel tot het doel, de verlossing.

Nu maakt het Boeddhisme er aanspraak op in het bijzonder de godsdienst der liefde en van het medelijden te zijn; het is verdraagzaam jegens andersdenkenden, het heeft deernis met het lijden van anderen, het schrijft gerechtigheid en welwillendheid voor jegens alle levende wezens, het beveelt om niemand, zelfs geen dier leed te doen; maar

I \ T\ - 1 T - |f» TT. ■ - - * — - nn.'n /-v*. l-w' ."l'l"" r"

') UOtQ ICU^iUOC x;üWUOOtöClU liu ►joui.ungoiu^^ xjuu»» iv/ikii***05

Berlin, 1881, S. 350.

Sluiten