Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij den blinden bedelaar roepen, en nu komt alles aan het licht. Door vreeselijke smart en toorn overweldigd wil de koning zijne schuldige vrouw martelen en dooden. Maar Kunala treedt voor haar in de bres, valt den koning te voet en smeekt hem de schuldige koningin vergiffenis te schenken. „O koning", roept hij, „ik gevoel geen smart; in weerwil van de marteling, die ik heb ondergaan, gevoel ik niet het vuur des toorns. Mijn hart kent slechts welwillendheid voor mijne moeder, die bevolen heeft mij de oogen uit te graven. Zoo zeker als deze woorden waar zijn, mogen mijne oogen wederom worden, zooals zij waren!" En ziet — zijne oogen schitterden weder in hun oude schoonheid, evenals te voren.

Dit roerende verhaal vertolkt een hoog zedelijke gedachte. Kunala gaat in zijne liefde en in zijne vergevensgezindheid zoover dat hij voor de koningin, die hem heeft laten folteren, kan bidden. Geen wonder dat deze daad vergeleken is met de liefde van Christus, die voor zijne moordenaren bad. Maar bij nader inzien vertoont zich toch ook hier weder de koude egoistische adem van het Boed' dhisme. Kunala toornt niet over het onrecht hem aangedaan, hij lijdt niet onder het onrecht. Onnatuurlijk, als zonder aandoening, draagt hij de smart. „Tegen allen die mij smart aandoen of die mij vreugde bereiden", zoo spreekt hij, „ben ik even gelijk gezind. Toegenegenheid en haat ken ik niet. In vreugde en in leed, in eer en in oneer, ben ik ongevoelig; overal ben ik gelijk. Dat is de voltooiing van mijne gelijkmoedigheid". Naar dezen regel handelen zoowel prins Leeflang als prins Kunala. Bij prins Leeflang heet het, toen hij zich het woord van zijnen stervenden vader herinnerde: „Niet door vijandschap komt vijandschap tot rust, maar door niet vijandig te zijn komt de vijand-

1 i l lil TT -f : - J,.- L - f A /-Ir. 4-

SClittJJ tut 1 Uöt . Ai-tJt iö uUö lUWtivi VA14.C

hen bezielt. Om rust te verkrijgen is vergeving beter dan

Sluiten