Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwkeurig onderzoek niet bevestigd. Feitelijk is ook voor het Boeddhisme niet het goede, maar een toestand, die boven wat wij goed en kwaad noemen verheven is, het einddoel. Hoe ver staat het ook hierin beneden*het Christendom. Zeker, ook de Schrift spreekt van loon op den arbeid. De mensch is hierop aangelegd. God weet het dat zijn kind er niet buiten kan, en prikkelt hem daarmede tot het vurig dienen van Hem, en troost hem in lijden en in druk met de vergelding des loons. Maar door deze leer wordt het zedelijke leven niet gedrukt, doch juist bevorderd, het bewerkt dat alle krachten worden ingespannen voor het vervullen van de roeping, zoodat de persoonlijkheid te meer tot haar recht komt. Volgens het Boeddhisme evenwel is het niet het doel om iets schoons, iets groots te bereiken, maar iets wat waardeloos is te verliezen; niet de zonde te bestrijden, maar verlost te worden van het lijden. IJzig en dood is deze moraal, aankweekende een koud egoisme, dat eigen welzijn als 't hoogste stelt. Een koningspaar zat op het terras van hun paleis. De koning vraagde aan de koningin: „Hebt gij, Mallika, wel iemand ter wereld liever dan u zelf?" Zij antwoordde: „Waarlijk ik heb niemand ter wereld liever dan mij zelf". Hetzelfde betuigde ook de koning. Daarop ging de koning naar Boeddha en deelde hem het gesprek mede. Deze sprak bij deze gelegenheid de volgende spreuk '):

„Ich habe alle Gegenden durchwandert,

Doch hab' ich nirgends Jemanden gefunden,

Der theu'rer etwas hielte, als sich selbst.

So ist das eig'né Selbst gleich theuer jedem Wesen!

Darum verlet ze Keirer einen Andern

Aus Liebe zu dem eig'nen theuern Selbste."

Alle wezenlijke activiteit is hiermede gedood. Deze moraal berooft den mensch van de kracht en van de lust om

') Volgens de vertaling van Neumann, Buddliist. Anthologie, S. 155.

Sluiten