Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des levens liefhadden, en die in het maatschappelijke leven wilden blijven, leden der Boeddhistische gemeente konden worden. De monnik echter, die onverbiddelijk met de wereld breekt, is alleen in staat om waarlijk voorwaarts te komen op den weg der verlossing en om het Nirvana te bereiken. De aanhangers der secte, die in de wereld blijven, kunnen slechts dit bereiken dat zij in oen volgende existentie in betere conditie wedergeboren worden. Maar zonder als monnik de wereld te verlaten is er geene verlossing mogelijk ').

Het Christendom neemt tegen deze leer, die het leven ontvlucht en de wereld veracht, positie. Wel heeft Schopenhauer J) het voorgesteld alsof de christelijke ethiek wezenlijk geheel in overeenstemming is met zijne philosophie en dat zij evenals de leer van Boeddha een ascetisch karakter vertoont; wel beweert Neumann s) dat de ware geest van het Christendom „de streng ascetische" is en dat deze het best te kennen is door middel van het Boeddhisme „als der unvergleiohlich klareren, reiferen und tieferen Religion". Doch uit de uitspraken van de Schrift (Matth. 10 : 3437; 16 : 24, 25; Mare. 8 : 34, 35; Luc. 9 : 23,24; 14 : 26, 27, 33), waarop zij zich beroepen, blijkt het, dat genoemde geleerden den zin van Jezus woorden niet recht hebben verstaan.

Het behoeft niet te bevreemden dat Schopenhauer, bij een oppervlakkige kennis van het N. T., tot deze meening kwam. De Heere Jezus sprak toch zoo beslist: „Zoo iemand achter mij wil komen, die verloochene zich zeiven en neme zijn kruis op en volge my" (Mt. 16 :24). De Christus sprak

') Oldenberg, Buddha, S. 438. De Leer van Boeddha door Subliadra Bhikschoe, blz. 79.

*) Die Welt als Wille, Siimmtliche Werke, Verlag von A. Weichert, Berhn, I, S. 364, 406.

*) Buddhist. Anthologie, S. 228.

Sluiten