Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de zonde en noemt het leven goed, wijl God zelf' de Schepper is van het leven en de wereld ook na den zondeval nog Gods wereld is. Het Boeddhisme kent geen zondeval, geen zuchten van den mensch onder den toorn Gods, geen innerlijke breuke in do ziel over het gemis van de gemeenschap met God en van het verloren Paradijs. Wel klaagt het diep over het lijden der wereld, maar dit is meer eene beschouwing over het lijden, dan een bezwijken onder den druk. Het treurt niet over de zonde, maar over het onwezenlijke van het bestaan. Alles verandert, geen enkel ding is wezenlijk en nu is 't hoogste streven, niet om een heerlijk positief ideaal, de vrijmaking van het leven te bereiken, maar de loswording van het lijden, zoodat aan de macht van het karma, die al weer tot nieuwe geboorten voert, een einde wordt gemaakt.

De weg der verlossing is dan ook geheel verschillend. Het Boeddhisme stelt als noodzakelijk, dat de begeerte, de wil om te leven worde gedood en streeft, door de wereld te ontvluchten, in ascetische zelfoefening, en in ecstase, de zelfvernietiging van het Nirvana tegemoet.

Heel de weg der verlossing wordt afgelegd door eigen kracht en eigen inzicht. De Boeddhist erkent geen God noch middelaar; hij verheft zich zelf in de plaats van God. Geen God tot wien het moede hart, verbrijzeld in schuldverslagenheid vlucht om genade; geen middelaar en schuldverzoener, geen smeeking om hulp of troost. God is dood. Geen schepsel die hulpe kan of behoeft te bieden; door eigen wijsheid verlost de mensch zich zeiven.

Welk een tegenstelling! Het Christendom leert een almachtig, alwijs, rechtvaardig en barmhartig God, die "in Christus de vader is van zijne kinderen, een vader die altoos hen verzorgt en bewaart en hen eenmaal, verlost naar lichaam en naar ziel, opneemt in eeuwige heerlijkheid. Het Boeddhisme kent geen vader in de hemelen, maar slechts,

Sluiten