Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wetenschap, maar slechts zijn een gebruik maken van de occulte natuurkrachten, die liggen in den mensch. Theosophie en occultisme dienen zich aan als dragers van een esoterisch Boeddhisme. Al heeft dit in waarheid nooit anders bestaan dan in de fantasie van Madme Blavatsky, toch gaan Theosophie en Boeddhisme hand aan hand en trekken velen, die benieuwd zijn naar het interessante en die begeerig zijn naar bevrijding van het lijden tot zich ').

Zoo zien wij dat onze tijd bijzonder geschikt is voor de verbreiding van het Boeddhisme. Wat velen in de armen van het Boeddhisme drijft is de algemeene afval van God, de breuke met het historisch Christendom en de zelfoverschatting van den mensch aan de eene zijde, en aan den anderen kant het neerdrukkende gevoel dat de mensch zich niet kan losmaken van de harde werkelijkheid, van de onverbiddelijke natuurwetten en van het lijden des levens. Het Neo-Boeddhisme is werkelijk een gevaar voor de kerk, wijl het als een anti-christelijke macht, met het ongeloof en de godverlatenheid in bond, onder den valschen schijn van te zijn eene godsdienst der liefde en der verdraagzaamheid, een godsdienst die niet strijdt met de resultaten der weten-

') Zie over occultisme en theosophie „Theosophia": Theosophisch maandblad onder hoofdredactie van Dr. Halloo, en de verdere uitgaven van de Theosophische uitgeversmaatschappij, Amsterdam; Annie Besant, „Vier voordrachten over Theosophie", 1898; Dr. Ph. J. Hoedemaker, Het zieleleven in verband met de Hedendaagsche Theosophie, Amsterdam, Egeling, 1899; E. Burnouf, Le Bouddhisme en Occident, Revue des Deux Mondes, 15 Juillet, 1888, 340 —372; Okkultismus und Buddhismus, Grrensboten 1899, III, 537 —549 ; F. Niebergall, Christentum und Theosophie, Zeitschr. f. Theologie und Kirche, 1900, S. 189—244; De nieuwe mystiek door Dr. H. M.. van Nes, Botterdam, 1900; 2e dr. 1903 ; Robert Falke, Halle a. S.. 1903, S. 32—57; Prof. Dr. Chantepie de la Saussaye, „Geestelijke machten" in Onze eeuw", Sept. 1903; Frederik van Eeden. Studies. Vierde reeks. Amsterdam, W. Versluvs. 1904.

Dr. J. C. de Moor, De verhouding van Theosophie en Christendom, Botterdam, 1904.

Sluiten