Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• hristendom stunt hier op 't spel. Zeker, wij kunnen die vraag gemakshalve negeeren; wij kunnen haar tijdelijk, iu den maalstroom onzer dagelijksche bezigheden, te midden van al onze zorgen en onze moeilijkheden, onbeantwoord laten; maar zoodra wij ernst gaan maken met het leven, zoodra wij tot onszelf inkeeren, en hot einddoel aller dingen, het einddoel ook van ons bestaan trachten te ontdekken, dringt zij zich weder aan ons op, met onweerstaanbaren drang, en niemand kan, niemand mag haar ontwijken.

Aan Wien wij ons zullen overgeven voor tijd en eeuwigheid? Aan Jezus Cristus, den Zoon des menschen en den Zoon van God, den Koning der eeuwen, die voor ons op aarde kwam, die voor ons den lijdensweg betrad, voor ons aan het hout der schande werd genageld, voor ons thans leeft in heerlijkheid bij God.

Nauwelijks echter hebben wij die belijdenis, die niets anders is dan de belijdenis van een Petrus, van een Johannes, van een Paulus, ja van het gansche Apostolische Christendom, uitgesproken, of wij hooren, in den geest, de talrijke bezwaren en tegenwerpingen onzer tijdgenooten, die wij, eerlijkheidshalve, niet mogen doodzwijgen, die ons noodzaken onszelf en anderen rekenschap te geven van ons geloof in den levenden Christus. ,,Hoe kunt gij toch den Zoon zulk een eenige plaats toekennen in uw zieleleven? roept men ons toe van alle kanten. Vreest gij niet den Vader te onteeren en Hem, door uw aanbidding van den Christus, met eerbied gesproken, te onttronen? ') Lezen wij niet van een Abraham, dat hij in God geloofde, en dat hem dat geloof tot rechtvaardigheid werd gerekend? Lezen wij niet van een Henoch, dat hij wandelde met God? Ln zouden wij dan niet in rechtstreeksche gemeenschap met

') Prof. Oom schrijft in zijn roods genoemde hoekje Ons leven in Ood fhl. 18): „Hieraan (aan het grootsche denkbeeld der oneindigheid en eenigheid Gods) doet... de Christusvereering grooten afbreuk... Reeds in de boeken van het N. T., waar aan Jezus van Nazareth eeretitels gegeven en eigenschappen toegekend worden, dio het mcnschelijke ver te boven gaan, is de grondslag voor zijne vergoding gelegd."

Het verwondert ons dan ook niet. dat de Hoogleeraar ieder mensoh het recht toekent, zich, als het ware, boven Christus te plaatsen, zeggende: „Vrij mogen wij oordeelen over elk woord hem in de evangeliën op de lippen gelegd, het aanvaardende of verwerpende: als menschen die zeiven God

Sluiten