Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t hristus, rion Zoon van God on don Zoon dos menschen, onzen Heiland en onzen Verlosser — vrijheid om geen andoren Heer to dienen dan Hom alleen. Ik weet, vrienden, dat men ons zal misverstaan. Ik weet, dat allerlei moeite, allerlei zorg, allerlei verdachtmaking ons deel zal zijn. Hier zal men sproken van geestdrijverij en Hernliuttersche Christolatrie, van ketterjacht on onverdraagzaamheid. Daar zal men ons een z.g. gebrok aan beslistheid verwijten, zal men spreken van een halfslachtig, weinig principieel standpunt. Wij zullen ons dat alles echter getroosten, in de overtuiging dat (iod met ons is, dat onze zaak Zijn zaak is, dat Hij ons zal geleiden in alle waarheid. Sluiten wij slechts de gelederen. Laat geen verschil van inzicht op ondergeschikte punten ons van elkander verwijderen, ons verhinderen elkander de broederhand te i'iken. ') Als de storm daarbuiten loeit 011 de hagel togen de ruiten klettert, dan gevoelt men zich in huis meer één van hart en één van geest, dan schaart men zich dichter rondom den huiselijken haard, dan is het alsof de vlam van het innerlijk leven hooger opflikkert. Zoo ook willen wij, niet waar? in den strijd des levens, ons steeds dichter scharen om den Goeden Herder, om onzen grooten Koning, on al huilt dan ook de wind over de vlakte, al giert de storm over de velden, met en bij elkander, vereenigd door denzelfden liefdeband, vereenigd door hetzelfde geloof in donzelfden Heiland, zullen wij het goed hebben, zullen wij gaan van kracht tot kracht, en God uit den Hemel \nl het ons doen gelukken.

Wat vraagt het licht,

Gereed ter kim te dalen,

Of iets oj) aard' gewrocht werd bij zijn stralen?

Het gaf zijn glans en deed zijn plicht.

') In een oorlog tusschen Engeland en Frankrijk naderden in een donseren nacht twee oorlogsschepen elkaar. De bemanning van ieder schip meld liet naderende vaartuig voor een vijandig schip en begon te vuren. \ an weerszijden werd vreeselijk gebombardeerd, maar toen het dag begon ' borden, bemerkte men, dat beide schepen de Engelsche vlag voerden, lerstond hield men op schieten, de schepen kwamen bijliggen en de mannen yie en elkaai weenend om den hals. Groot was de aangerichte schade.

ze schade, uitgezonderd die der menschenlevens, kon echter weer hersteld woiden. Maar de schade, die in het rijk Uods door partijzucht wordt aangericht, kan niet weer goedgemaakt worden. ' f Strijdkreet.)

Sluiten