Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karakter,... zij vervallen geheel (in zijn oog) en zijn (volgens hem) niets dan excrementen van hersenen en ruggemerg «gelijk de urine een afscheidsel is van de nieren,» gelijk een bekend Materialist, een professor nog wel, heeft gezegd.

Molecule = heel klein stofdeeltje. (Moles is het Latijnsche woord voor: blok. Molecule is dus letterlijk: blokje).

Pantheïst. Wéér een Grieksch woord. Pantheïst komt van pan — alles, en Theos = God. Pantheïst is de man die denkt dat alles wat er is,... dat dit sèmen = God is. God is dus (volgens hem) als 't ware een vreeselijk groote zichtbare reus: namelijk: het heelal En daar het heelal volgens de nieuwste theorieën waarschijnlijk de vorm heeft van een aan beide zijde bolgeslepen lens (als in elk vergrootglas te zien is),... zoo zal dan God (.althans volgens de pantheïsten) er uit zien als... 'n lens. Zij zullen boos worden als ze dit lezen, maar ik kan er niets aan doen. Alles = God. «Alles» (het heelal) is: lensvormig. Dus God = 'n lens; 'n reuzenlens, goed 1 Maar 'n lens. Maar dan een reus zonder hart, een reus zonder centraal bewustzijn. Wel is dan het gewone zeggen der Pantheïsten, dat deze reus — god een „latent" of verborgen goddelijk denken bezit dat in de bewuste dieren en in den mensch tot „ontwaking komt. Het hoogste opbloeisel der menschengedachten is dan dus tevens het allerhoogste waartoe die god het brengen kon tot dusverre Deze god is dus plus minus zoo knap als .. b.v. de wijsgeer Leibnitz, of de ontdekker Edison.

Dit pantheïsme dat aan God wil ontnemen het eigenlijke mèèrdere, het aanbiddenswaardige (mmers de knapheid Gods is volgens hen niet meer dan onze menschelijke knapheid), — dit pantheïsme mag niet worden veracht, ook niet door'de Godveréérende menschen. Alle echte vromen moeten uitroepen: Ach, dat alle godloochenaars, alle onverschillige menschen alvast vrome pantheïsten waren 1 en derhalve doordrongen van de gedachte dat de krachten des heelals, dat het heelal goddelijk is.

Tevens is het pantheïsme (dat in onze dagen is doorgedrongen tot de hoofden zelfs van predikanten) tewaardeeren als eene verklaarbare (hoewel te vèr gaandel reactie op het plat begrip dat millioenen Europeanen helaas nog van God hebben,... alsof deze God ware een wezen ongeveer gelijk aan 'n mensch, met voorkeur, naijver, veranderlijkheid, rusttijden, berouw, 't-een-öf-'t ander-kunnend-besluiten (discursief denkend).

Niet te verachten is het pantheïsme. Toch is het doel van dit boekje onder andere vooral om de önwaarheid van dit stelsel aan te toonen, door zijne consequentie tot het het absurde door te voeren (Hoofdstuk 3).

Scepticus = Iemand die zegt; „Och, wat is waarheid 1 we weten weten er niets van 1 of er 'n God is of niet; 'n hemel, of niet We weten er niks van."

Sluiten