Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Goddank is de geheele wereld en ook de geheele theologische wereld nog niet geworden één groote Hoogere burgerschool, waar men bij Gróótheden direct denkt aan niets anders dan getallen en bij Bewijs aan een absoluut-wiskunstig of algebraïsch bewijs.

Er zijn behalve onze tienduizend Hoogere-burgermenschen en rekenmeesters gelukkig ook nog een paar geschiedkundigen in ons land, die wel eens spreken over een „geschiedkundig bewijs". Dr. Niemeijer zelf trouwens spreekt over geschiedkundige bewijzen, opmerkende dat ze nooit absoluut kunnen zijn, omdat... enzoovoort. Maar met dat al noemt hij het toch, en noemt men het algemeen in Nederland: „bewijzen"; bijv. Het is bewezen dat Luther zich niet aan de stijlen van zijn ledikant heeft opgehangen, zooals Roomschen hebben beweerd. Etc.

Gelukkig is er ook nog wel een ander vak dan het theologische, en zijn er gelukkig nog een stuk of wat heeren van eene andere branche in ons Nederland, die het Nederlandsch heusch wel machtig zijn ; ik bedoel: rechters en rechtsgeleerden ; daar hebt ge bijvoorbeeld het lid van den Raad van State Asser, die zelfs een buitengewoon knap man moet zijn, zelfs even knap als een rekenmeester van weet ik wat voor Hoogereburgerschool; dan hebt ge den oudminister Loeff, den oud-minister Cort van der Linden, enzoovoort. Deze menschen zijn niet bekrompen. Denk nu voor mijn part dat Loeff wèl bekrompen is, omdat hij Roomsch is ; maar geef toe dat Cort van der Linden „verlicht" is : hij is immers een man der uiterste linkerzijde. Dus zeker ook wel uiterst verlicht.

Welnu, men spreekt onder die rechtsgeleerden wel eens van „bewijzen", „het bewijs leveren", „wettig en overtuigend bewezen", en zoo meer. Nu zal ieder toegeven, dat een juridisch bewijs (al rust het op een getuigenis van 10 ooggetuigen) nooit absoluut kan zijn (als een wiskunstig bewijs), omdat de verbeelding, het vooroordeel, den getuigen parten kan hebben gespeeld. Toch spreekt men van: bewijs. Men houdt dit woord vast, terwille van de vastheid en de eer van het recht. Verbeeld u, dat men zeide, duride zeggen: „Voor de rechtbank te 's Hertogenbosch worden de menschen zonder bewijs maar veroordeeld! Ik voor mij zou deze bewering vast nooit laten drukken Want ik ging dan zeker in de gevangenis wegens laster.

Genoeg is nu gezegd, om aangetoond te hebben dat in onze taal „bewijzen" óok kan beteekenen : overtuigend aantoonen.

Welnu, in dien zin kan Gods bestaan, en in het algemeen: de waarachtigheid van God, Deugd en Onsterflijkheid wel degelijk bewezen worden. Bewezen, overtuigend aangetoond. En het is af te keuren, dat nieuwerwetsche theologen dit hebben voorbijgezien, of schijnen te hebben voorbijgezien. Nu hebben zij de Nederlandsche taal eenzijdig gebruikt, dus geweld aangedaan. En hunnen godsdiennt hebben ze benadeeld onder het volk.

Ja, het is te bejammeren, dat aldus aan de eer en aan de vastheid van het geloof in God bij de schare, is te kort gedaan. Want Jan Rap en zijn maat weet het nu, dat „God niet eens kan bewezen worden", dus een veel onzekerder ding is dan de vijfde maan van Jupiter;... wie zou er zich dan nog over bekommeren ?!

Sluiten