Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

De theepot of:

Er is méér dan stof-en-kracht.

(Een philosophisch gesprekje).

Moeder: Man, drink je kopje leeg.

Vader: (Drinkt)

Moeder: Nog eentje?

Vader: Graag. Maar waar heb je ze?

Moeder: Waar ik ze heb?

Vader: Ja, waar je ze hebt.

Moeder: Wat... hebt?

Vader: De thee.

Moeder: De thee? Wel, in de trekpot.

Vader: Ah zoo!

Moeder: Ah zoo?

Vader: Ja, ah zoo 1

Moeder: Maar lieverd...

Vader: Watte? ....

Moeder: Waarom vraag je dan waar ik mijn thee heb / Natuurlijk

in den trekpot. ...

Vader: Natuurlijk? Waarom natuurlijk? Hoe weet jij, dat er thee is in dezen trekpot? Hij is toch van steen 1 Je kunt er toch niet doorheen en er in kijken 1

Moeder: Maar lieverd...

Vader: Ik herhaal lieve engel: hoe weet je dat er thee in je pot is, als je niet in den pot kunt kijken. De meid heeft ze gezet. Je weet niet, wat ze er in gedaan heeft. Waardoor weet je, dat er thee in is? Waarom geen koffie?

Moeder: Maar lieverd... Wel, omdat ik er al twee kopjes thee uitgeschonken heb. Als ik er thee urtschenk, dan is dat dunkt me een bewijs, dat er thee in is... .

Vader! Denk je dat?

Moeder: Ja, dat denk ik.

Vader: Denk je dat waaratje?

Moeder: Ja waaratje! Mankeert 't je 'n beetje in je bol van morgen ?

Vader: Ik hoop van niet. Maar nu een vraag in allen ernst.

Moedler: Nu ?

Sluiten