Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik eisch nog meer van u.

Dit eisch ik Qij moet zelfs inzien: dat het heel regelmatig en behoorlijk is, dat voor u de wereld en uw lot onbegrijpelijk is.

Het is immers een werk in wording.

Heel mal, ja onregelmatig zou het wezen, indien ge de wereld en uw lot wél begreept, en goedkeurdet.

Zulk een groot bouwwerk-in-wording begrijpen?... onzin! Qij begrijpt niet eens een in-aanbouw-zijnd-menschenhuis.

Neen, het is heel juist, heel behoorlijk, dat ge wereld en lot niet doorgrondt

Dit is het redelijke, dat ge de wereld onredelijk vindt. Dit het regelmatige, dat ge in uw lot de regelmaat niet vinden kunt. *)

Maar het vervolg van uwe redelijkheid zij nu: alles verder den Architect over te laten

Laat hem begaan.

„Hij zal Zijn werk aan u volenden."

In de eeuwigheid zal Hij u misschien plan en teekening laten zien

Dan zult gij er wellicht meer van begrijpen, en Hem loven „om al zijne werken te vertellen."

Nu: „leg uwen hand op uwen mond"; als Job.

VERVOLG.

De Spijkerfabriek.

Laten we nog even doorpraten over het nieuwgebouwde weeshuis De inhoud daarvan is ongeveer als volgt: „Neen. ik als mensch met m'n klein menschelijk verstand, kan onmogelijk beoordeelen, dus ook niet door m'n begrijpen goedkeuren wat Qod deed en doet in de zichtbare wereld."

Juist.

En weet ge wat de menschen in het algemeen, en ook gij-zelf, het allerminst kunnen begrijpen en goedkeuren ?

Dit: alle verdriet dat er is.

Van het geklaag over verdriet en tranen, van opstand zelfs daartegen, is de wereld vol

Men zegt, roept, jammert: Hoe is alle verdriet, hoe is alle jammer en pijn die ons door de Wereldmacht wordt aangedaan, ... hoe is de felle en diepe en levenslange smart die sommigen lijden,

*) Schopenhauer zegt dan ook terecht: men moet zijne verwachtingen van 't leven alzóo stellen, dat ze daarbij juist passen, en dus de tegenspoeden, het lijden, de plagen en den nood, niet meer als iets onregelmatigs en onverwachts, maar als geheel in orde beschouwen (Parerga und Paralipomena v«m Leiden der Welt, § 156).

Deze beschouwing is geen „pessimisme" zooa's men haar soms verkeerdelijk noemt, maar de eenige ware. Ook is zij niet eene „optimistische". Optimisme is even onzinnig (onwaar) als pessimisme.

Sluiten