Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan kan hij (die nu langs de straat sliert, kattekwaad uithalend), een even oppassend lief jongetje zijn als uw oppassend zoontje Hendrik, o mijnheer Probus ... . ? Zou dit waar zijn ?

Nog een voorbeeld: Stel, gij lezer, hebt „vrijen wil"; als ge dus „wilt", kunt gij (die nu bang zijt een kies te laten trekken), een evengroot held en martelaar zijn als uw broeder Socrates,

Christus, Huss, of Savonarola ? Zou dit wel werkelijk waar

zijn ? Zoudt ge dit wel kunnen ? Zooveel pijn verdragen om der Waarheid wille ? Feitelijk kunnen ?

Qeef maar toe : vrije wil tout court.... deze veronderstelling leidt tot onzinnige gevolgtrekkingen en is dus onwaar *). —

— Maar dan „geen vrije wil". Let wel: géén vrije wil = niets geen vrije wil. (Want b v. géén suiker in de thee ! wil zeggen : niets geen suiker 1)

Dus we stellen : niets geen vrije wil. Maar dan is er geen deugd en ondeugd. Dan doe ik slechts wat ik ben voorbeschikt (door Qod en Natuur) ben voorbeschikt te doen. Dan kan ik het ook niet helpen, als ik mijn moeder verdriet aandoe. Dan is die aap van een kwajongen van u, die laatst een kikker martelde even „lief" (of hoe ge 't noemen wilt) als uw dochtertje die 't hem, in verontwaardiging ontbrand, verbood. Dan is Judas evenveel waard (of niet waard) als Jezus.

Dit nu gelooft theoretisch wellicht iemand.

Maar in de practijk oordeelt zoo niemand.

Dus de overtuiging „er is absoluut-vrije wil" leidt tot onzin. En ook : „er is in 't geheel geen vrije wil", leidt tot onzin.

Wat dan ?

Luister.

Maar bedenk: wèt ik ook zeggen ga, ik kan het vraagstuk niet oplossen. Niet oplossen. Dat kon die Voor-Indische Wijze niet, dat kan, zegt hij zelf, Professor Bruining in 1907 niet, hoewel hij tot zijne beschikking heeft al de wijsheid der verloopen eeuwen. Hoeveel te minder kan dan deze oplossing gegeven worden door het „dorre hout" in de hersenkas van schrijver dezes.

Maar luister tóch even.

Voor 3 jaren stond ik ergens in Thüringen naast de locomotief van een tot vertrek gereedstaanden sneltrein Nooit zal ik het vergeten. De machine bromde van inwendige koking. Krachtig en machtig alle raderen en stangen. Alles tienduizenden kilogrammen zwaar: die gansche sleep waggons beladen met menschen en koopmansgoederen. De fluit gilt. De machinist doet zijn stoomkraan open, en ... daar begint het monster te leven, het zucht eene echte Brobdingnagsche zucht, een reuzenzucht, en eerst loom, maar dan sneller, maar dan razend, vaart hij van hier naar verre steden.

Toen ik dat zag, heb ik gedacht: O wat wonderlijke heerschinacht

*) Prof. Bruining verklaart dan ook in genoemd gidsartikel dat de voorstanders van de vrije wilstheorie deze „vrijen wil" dan ook voor tamelijk onvrij houden.

Men leze het boekje dat Z. H. G. weldra zal uitgevtn (bij L. Hansma te Assen) over het vraagstuk van den vryen wil.

Sluiten