Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en te gaan jammeren. Daarom moet men dat alles met geweld van zich zetten, en vroolijk zijn . . . komaan!

Je: Ik moet zeggen: Je argument van

Er is geen God-zedewetgever,

Dus er is ook geen zedewet,

Dus er is geen goed en kwaad,

Dus Jezus — Judas,

ik moet zeggen: deze redeneering pakt.

Mijn verstand zegt van ja Maar mijn gevoel . . .

Ju: Maar ongelukkige! het gevoel is immers „sub-jec-tief", dat is: valsch.

En daarenboven: wil je achterlijk zijn? een domper?

Je: Neen, ma . . .

Ju: Wil je achterlijk zijn?

Je: Liever niet, ma . . .

u: Wil je achterlijk zijn?

Je: Liever niet.

Ju: Nu dan, je bent achterlijk, men lacht je uit, als je nog vindt dat er goed en kwaad is.

Daarenboven: dat het gevoel van goed en kwaad je in de ellénde brengt, is duidelijk. „Hier is de weg naar het „geluk 1" zoo roepen deze schreeuwlelijkerds de Christenen. „Hier is de weg naar het geluk: de deugd '. Maar als onze groote Nietzsche met dezen uitroep heeft gespot, dan waag ik het schuchter, bij den spot des grooten mans nog te zeggen : Ziet ge niet o arme schapen, (ik bedoel de menschen) dat de Christenen u op een dwaalweg brengen, en, zelf blind, u blinden in de gracht helpen ? Want zij zeggen, dat de deugd voert tot geluk;... maar wat Jezus dan ? Een mooi geluk, om aan een paal gespijkerd te worden ! Is die mensch niet door zijn „deugd" in het ongeluk geraakt ?...

Kortom : weg met de deugd ! wegj'met de ondeugd !... alles is gelijk ... dat heb je zelf al geargumenteerd, beste Je. Bovendien maakt de deugd je ongelukkig, brengt je aan 't kruis ... bovendien is het achterlijk, heel achterlijk (versta je ?) te gelooven in goed en kwaad ... dus ... wil ie achterlijk zijn ?

je: (Schuchter en aarzelend) lk ...

u: Juist... Bravo ! Je geeft toe. Bravo! nu ben je over de streep. De baan is afgelegd... over de eindstreep ben je 1 Jenseits! „Jenseits von Out und Böse".

Victorie!

Je: (Zwijgt)...

■» __

toen plots een windje woei over den dijk der Lekrievier, en

wegvaagde de twee atomen uit de schelp mijns oors.

Doch zekerlijk hadden in den stillen nacht vele atomen en

Sluiten