Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rentenierende heremietkrab zittende op z'n zandbankje, en genietende als een heer.

Maar nu die arme voortgesleurde, beroofd van z'n schelp, en daarom in doodelijke verlegenheid, in doodelijk gevaar, niet meer beschermd. Die krab die onder ons jacht door den ebstroom meegesleurd werd.

Wat is dat? Wat bedoel ik hier mede?

Ik zal het zeggen:

Het is de mensch beroofd van z'n pantserfortjes die hij op aarde had.

Wat wordt hier bedoeld ?

Het volgende. En laat ons nu eens kalm, wiskunstig praten, alsof het gold algebra of de stelling van Pythagoras.

Natuurlijk ('k durf het haast niet te zeggen, zoo waar is het; enfin zoo iets als 2x2 = 4), natuurlijk kan dit heremietkrableventje van ons niet zoo doorduren. De zoogenaamde dood komt. Dood ? Nu, in elk geval een mérkwaardige verrichting die God of natuur (noem 't hoe je wilt; het is voor dit betoog onverschillig hoe je het noemt), ... eene merkwaardige behandeling die er met je gebeurt. Je gaat dood.

Welnu ?

Welnu, wat dan?

Ik geloof dat de marsch der! ideeën in onze dagen toch al zoo ver is gevorderd, ook bij menschen die overigens zich met kerk of godsdienst niet veel of in 't geheel niet inlaten,... zoover (herzeg ik) is in onzen tijd de voortgang der ideeën wel gevorderd, dat „men" het absolute dogma van „met den dood is alles uit" toch wel 'n beetje begint te wantrouwen. Ja, Büchner en Molenschott wisten het zoo precies, en absoluut, en zéker, dat er geen God of eeuwigheid was. „Bakerpraatjes 1" — Maar tegenwoordig zeggen zelfs wiskunstigen en zeer koele hoofden: Je kóndt 't toch 's niet weten 1....

Wel, laten we kruidenierseerlijkheid betrachten. Laten we evenveel kans geven 1 Elk de helft. Den ontkenners, godloochenaars, etc.: de helft. En ons die gelooven in God, Deugd en Onsterflijkheid : de helft. Elk 50 percent kans van gelijk te hebben.

De agnostische heeren van tegenwoordig zijn daar denk ik wel mee tevreden.

Dus eerlijk afgesproken: we nemen aan dat er 50 °/0 kans is dat de heremietkrabmensch, (dat is élke mensch), na z'n dood een zieleleven voortzet. De mensch-zelf, zijne persóónlijkheid blijft bestaan. Dat is dus eigenlijk en welbeschouwd : hij-zelf. De mensch zelf blijft ook na den dood. Dat dit waar zou zijn ... daaraan geven we 50 °/q kans.

Dus u-zelf, mijnheer Jodocus, mijnheer Meier, mijnheer Jansen, Isegrim, of hoe ge verder heeten of zijn moogt, gij-zèlf in hoogst uwe eigene persoonlijkheid blijft bestaan ook na uwen „dood" Altijd door bestaan.

Sluiten