Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arme ontbloote heremietkrab, die ge zijt . . . daar stroomt ge heen ...

— — — 50 % kans! — — — — — —

— — — — 50 %! — —'

VERVOLG VII.

De Overzijde. (vertaald *).

De Overzijde! Zoo kort een pad schijnt het voor mij, Te wand'len naar dat vreemde land, de Overzij.

Vreemd? Neen toch niet vreemd; want het is voor mij geworden Het Thuis van hen die ik zoo innig liefhad:

Dèt maakt het mij bekend, zoo eigen, en zoo lief.

Qelijk het verre land dat minder ver ons schijnt Als vrienden van ons derwaarts zijn gereisd.

't Ligt zóó nabij, dat, is soms klaar mijn blik,

't Mij is als zag ik 't glanzig-wazig strand.

Ik weet — ik voel hen die van mij zijn heengegaan, —

Dat ze nabij soms zijn, genoeg nabij om mijne hand te raken, En dikwijls denk ik : ware'ons oog slechts niet omfloersd, Wij zouden 't óm ons heen bevinden, 't land van de Overzij.

Niet denken kan ik, dat die dag zoo vreeselijk zal zijn Als 'k van deez' schoone aarde uit zal reizen Naar dat nog schooner Landschap van den dood En voegen mij bij hen die ik verloren heb Maar in mijn droomen telkens weer bezit.

'k Heb deze wereld lief. Toch zal ik gaarne gaan Oni te ontmoeten de geliefden die mij wachten, ja mij wachten, 'k Sta nimmer bij een doodebaar en zie Het zegel van den dood gezet op welbeminde trekken, Of 'k denk: „Alweer een om mij te begroeten Als ik zal oversteken 't grensgebied, gelegen Tusschen |dit land en dat and're, aan dien Overkant;

Alwéér een om die Overzijde schoon voor mij te maken." Zoo is daar voor mij in den dood geen angst, dien ik zou vreezen En heeft het graf verloren zijn victorie.

Het is slechts 't overzeilen, bij een zachten wind En met een vast gelaat, \an een klein stukje zee,

Om dan de onzen op den oever wachtende te vinden,

De onzen, schooner nog en liever dèn voorheen.

*) Uit het Amerikaansch. Koningin Alexandra zond het aan Mevrouw Gladstone bij Gladstone'» dood. Ik dank dit vers aan den Heer Charles Boissevain.

Ik hoop zeer dat het zoo moge zijn als in deze lieflijke versregels staat. En ieder hoopt dat zoo. Kn dat het daar aan de Overzijde ten slotte schoon zal worden, dat geloof ik. Maar die overgang ! die eerste tijd daar! Denk aan de heremietkrab. berooid van wat hem tot dusverre beschermde.

Sluiten