Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die men bedenken kan. Zelf is men liberaal, maar pas op! als gij of een ander 't waagt om niet-zoo-liberaal te zijn ....

„dat u de duivel haal 1"...

„Wat zijn wij liberaal I"...

„Dogma's", dat zijn de groote boemannen onder deze onontwikkelde schare. Dogma 1 dat klinkt zoo iets als : Roomsch ! of : brandstapel! Wat voor Kuijperianen het „modern ongeloof" is, dat is voor hen het „dogma". Schei uit man ! Voor dogma's zijn ze zoo bang als de duivel voor het kruis. Toch worden deze ongelukkigen, door honderd en een liberale dominees, nog altijd weer aangemaand om „verdraagzaam" te wezen, en vooral te bedenken dat dogma's „onnoodig zijn."

En zulke vrijzinnigen, zoo buitengewoon, ja ontzettend liberaal... zal men nog steeds verdraagzamer maken met (Jssings ringengelijkenis ? Dat is inderdaad turf in 't veen dragen, en de zee met een natte spons nog natter maken! Want iedereen, zelfs mijne liberale keukenmeid weet op haar duimpje dat 't „hetzelfde" is, wat ze gelooft, ... als ze maar goed doet. De parabel van Lessing is totaal onnoodig, onnoodiger dan onnoodig, heusch! Waarom dat ding dan weer telkens aangedragen? Men moest toch wijzer worden!

Ik zeide reeds, dat de fabel daarenboven geheel onjuist gedacht, of ten minste gebruikt wordt Er is misverstand in 't spel. Oordeel zelf.

Het woord „geloof" kan twee dingen beteekenen. Ten eerste: de leer; bijvoorbeeld: de leer van Dordt = het gereformeerde geloof. Ten tweede: het vertrouwen; bijvoorbeeld: Luthers vertrouwen op de waarheid was groot = Luthers Qeloof in de waarheid was groot. (Wij zullen het woord in deze tweede en innigste beteekenis schrijven met eene groote Q.

Nu is de Lessings fout, (naar mijne onbescheiden meening) of althans de fout van hen die zijne gelijkenis aanhalen, gelegen in de verwisseling en verwarring van geloof en Qeloof. Oordeel zelf.

Lessing zegt: Sultan Saladin vraagt den Jood Nathan, wat het beste geloof is. Bedoeld is ; welke geloofster (met kleine g) van deze drie : Jodendom, Christendom en islam. Nathan antwoordt: Een vader had een ring die den bezitter aangenaam maakte in de oogen van God en menschen. Drie zonen hebbende, en niet wetende, aan wien hem na te laten, laat hij twee namaaksels kunstig fabriceeren, en schenkt op zijn sterfbed aan drie zonen éèn voor één 'n ring, met de betuiging, dat dit de echte is. De vader sterft en natnurlijk gaan de drie jongens kibbelen. Wie heeft de echte ring? Ze gaan naar den rechter. Deze zegt: Wel, wie de echte ring heeft ? dat zal natuurlijk blijken uit jullie levensgedrag. Wie van u zich het aangenaamste zal weten te maken in de oogen van God en menschen, die zal blijken den waren ring te bezitten...

Maar is Lessing nu niet van geloof met kleine g, overgewipt op Geloof met groote G, gloeps! zonder ons te waarschuwen. Want aangenaam te zijn in de oogen van God en menschen hangt

Sluiten