Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nalaten te denken, dat de man is geweest als de vos, die de druiven niet bereiken kón, en nu maar zeide dat ze zuur waren en hij ze niet eens hebben wilde. Zoo zeide onlangs mijn dochtertje, toen ze stout was geweest en niet buiten mocht gaan, dat ze „niet eense" buiten wilde wezen. Men noemt zoo iets in het wereldsche leven: faire bonne mine è mauvais jeu.

Als mij de keuze werd gesteld, die Lessing bedoelt,... voorwaar ik zoude antwoorden: O God, ik dank U, dat Gij mijn hart brandende hebt gemaakt, om de Waarheid te zoeken-, doch hoe kon ooit iemand denken, dat ik niet oneindig liever de Waarheid bezat? Te weten, wat op de sterren is, en in de eeuwigheid, en U te kennen gelijk Gij zijt . . . o, indien dit bij mij zoo was, . . . zoo zoude door die goddelijke kennis, mijn hart zwellen tot goddelijkheid 1

Doch mij, en niemand wordt deze keuze gesteld. Wij behoeven gelukkig zelfs niet te kiezen tusschen deze beide: Waarheid zoeken, en Waarheid bezitten. Wij toch hebben beide reeds ten deele. Wij kennen ten deele waarlijk de Waarheid, en wij mogen verder zoeken.

(2?

Bewering en vraag:

Wij zijn overtuigd

dat er ééne Waarheid is,

dat wij haar ten deele kennen,

dat wij haar nog meer kunnen naderen.

Dit zijn de drie eerste schreden, die gij zetten moet, indien gij een Mensch wilt zijn.

Hebt gij ze reeds gezet?

Stelling: Wat gii (in zake godsdienst) voor waar hebt erkend, dat is uw dogma.

Stelling: Gij moet die overtuiging niet gebruiken voor versiering van uw „binnenkamer" alleen.

Gij moet er voor uit komen.

Gij behoort er voor op te komen.

Gij behoort al,' wat er aan vijandig ls, te bestrijden voor het aangezicht van God en menschen.

Stelling: Gij zijt het licht der wereld.

Vraag: Wie zet nu zijn kaars onder de „bedstede"?

Uw licht . . . indien ge het in u hebt, kan niet verborgen blijven.

Niet verborgen blijven op den duur.

Nóg verhindert de „geest onzes tijds" u het te opbaren.

Sluiten