Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keuringen zou mogen bepalen, die mist den ruimen blik op de beteekenis der arbeidswetgeving. Arbeidswet, veiligheidswet, ongevallenwet en in de toekomst ziekte- en invaliditeitsverzekering, zij alle beoogen tenslotte de gezondheid van het volk. Zulk een wetgeving kan op den duur slechts dan nut stichten en zich op vruchtbare wijze ontwikkelen, wanneer zij voortdurend put uit de moederbron der geneeskunde. Voor haar toepassing veraischt de gezondheidsleer ongetwijfeld de volle hulp der techniek; blijvende vooruitgang is alleen mogelijk, wanneer zij bij voortduring zich regelt naar de toenemende kennis omtrent do levensverrichtingen van den gezonden en zieken mensch.

Dat geldt ook onmiddellijk voor de praktijk van het arbeidstoezicht. Blijft dit uitsluitend in handen der technici, dan is het voorzeker niet nutteloos; ook mag verbetering worden verwacht op tal van zuiver technische punten. Evenwel een werkelijke verruiming van onze kennis omtrent beroepsziekten is uitgesloten 1). Een vooruitgang, welke gelijken tred houdt met dien der geneeskun le, is alleen mogelijk, wanneer deze laatste aan het toezicht onmiddellijk deel neemt. Zeer juist heeft blooker dit in de Tweede Kamer aldus uitgedrukt, dat het toezicht op den arbeid niet voldoende is, wanneer daaraan niet wordt toegevoegd een toezicht op de arbeiders.

Het is om die reden dan ook niet voldoende, dat een geneesheer wordt verbonden aan het opperbestuur van het arbeidstoezicht, een regeling, die door steiner, den redacteur der Zeitschr. für GetverbeHygienc2) wordt verdedigd, en die hier te lande thans bestaat. Steiner is van meening, dat de akademisch gevormde technicus zich met de oorzakenleer en ziektekunde der bedrijfsziekten voldoende vertrouwd kan maken om in de praktijk de uitvoering der prophylaxe te leiden. Hij wil den arts alleen als raadgevend orgaan een plaats zien toegewezen bij het opperbestuur van het arbeidstoezicht. Hier meent

1) Op het reeds aangehaalde XlVe Kongresa f. Hyg. u. Demogr. te Berlijn 1907 heeft glibkrt een zeer juist onderscheid gemaakt tusschen bedrijfshygiëne en bedrijfspathologie. Mabtin Hahn wees er op, dat de technisch gevormde arbeidsinspecteurs in staat kunnen worden geacht, het noodzakelijke inzicht in de technische bedrijfshygiëne door cursussen, colleges enz. te verwerven. Daarentegen kan de bedrijfspathologie, die den grondslag van de hygiëne vormt, nooit door technici worden beoefend. Hier is de volle gene*skundige opleiding noodzakelijk.

2) Steiner, Zeitschr. f. Gewerbe-Hyg. etc. 1908, S. 374.

Sluiten