Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vroeg mij om boeken, klaarblijkelijk om een voorwendsel tot een gesprek te hebben.

Ik vroeg hem waar hij thuis hoorde.

Het was een boer uit een naburig dorp, vanwaar onlangs vrouwen tot mij kwamen, wier echtgenooten in de gevangenis waren geworpen.

Ik ken dit dorp goed. Ik had er de Urbariale wet ingevoerd, en heb het daar wonende, bijzonder flink gebouwde en brave volk altijd met welgevallen beschouwd. tUit dit dorp had ik buitengewoon begaafde leerlingen op mijn school.*)

Ik ondervroeg hem aangaande de boeren, die in de gevangenis zaten. Hij verhaalde mij met dezelfde, allen twijfel uitsluitende zekerheid, die ik in den laatsten tijd overal heb waargenomen, dat de Regeering alleen de schuld van alles is. Hij verhaalde mij, dat men volkomen onschuldige lieden gevat, geranseld en in hechtenis genomen had.

Het kostte mij veel moeite van hem te weten te komen waarvan deze lieden werden beschuldigd.

Het bleek dat het redenaars waren, die vergaderingen belegden, waar de noodzakelijkheid van grondonteigening besproken werd.

Ik zeide dat een gelijk recht van allen op den grond zich slechts dan kon doen gelden, wanneer de grond geheel en al opgehouden had iemands eigendom te zijn, niet echter door onteigening of eenige andere gewelddadige maatregelen.

Hij was het niet met mij eens.

„Waarom ?" vroeg hij, „als men zich maar organiseert."

„Wat bedoelt ge met organiseeren ?"

„Dat zal later wel blijken."

„Misschien weer tot een gewapenden opstand?"

") I.eo Tolstol stichtte In vroeger Jaren een school voor het volk, waar h|) zijn eigen vrijzinnige, paedagoglsehe grondbeginselen Ingang trachtte te doen vinden.

Sluiten