Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beginne was, dat God was. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt ! En dit Woord is vleesch geworden onder ons«. Aan Johannes werd geopenbaard, dat wij de verschijning van Jezus Christus, den Zoon Gods, te kort doen door Hem te beperken tot de historie, dat wij terug moeten, altijd terug tot aan den beginne, dat wij dieper moeten, altijd dieper tot in de eeuwigheid van het Goddelijk Vader-wezen.

Johannes begreep, dat Spreuken 8 terecht spreekt, waar het gaat om de eeuwige Wijsheid, het Woord, den Zoon: »De Heere bezat mij in het beginsel Zijns wegs, vóór Zijne werken van toen aan« (vers 22).

Ook Paulus keert van uit de verschijning des menschenzoons JEZUS in tot »die is de eerstgeborene aller creaturen, (Col. 1: 15, 18; Rom. 8 : 29, Hebr. 1 : 6 en Openb. 1 : 5).

Want ook jezus, dat beteekent Zaligmaker, is eeuwig als de christus, de Gezalfde.

Maar n u, wat bezit de Gemeente nu? Niet v a n den Heer maar met betrekking tot de levende openbaring des Heerenzelf »die is dood geweest en zie Hij leeft, nu en in alle eeuwigheid,? O, arme, arme tijd, die niet beseft den rijkdom der beginselen, die naar Christus zijn (Col. 2:8).

»Want gij, daar gij leeraars behoordet te zijn vanwege den tijd, hebt wederom van noode, dat men u leere, welke de eerste beginselen zijn der woorden (van het vleeschgeworden Woord !) Gods ; en gij zijt geworden, als die melk van noode hebben, en niet vaste spijze., (Hebr. 5:12).

De Schrift moet terug van jezus Christus in den tijd naar den eeuwigen Schoot des Vaders (Joh. 1 : 18).

Want Hij spreekt inhet eeuwig heden : eer abraham was, ben Ik (Joh. 8:58).

En de Kerk is de Schrift daarin gevolgd, zij tastte om het mysterie van de eeuwige generatie des Zoons om het geheimenis van de eenheid der twee naturen, de Goddelijke en de menschelijke natuur in Jezus Christus te grijpen, in het heden te grijpen. Totdat na veel en bittere worsteling eindelijk, in 451 op het

Sluiten