Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit deze aanhaling blijkt ten duidelijkste, dat haar schrijver vóór de bloed-theologie is. En wel het klaarst uit de woorden sbestrijders« en »zoogenaamde«.

Juist deze twee woorden echter laat Ds LINDF.BOOM in zijn referaat (bldz. 15) weg, waar hij mijne meening in deze aldus weer tracht te geven :

»Bij den zoendood onzes Heeren gaat het alleen om den achtergrond ervan, n.1. om »de realiteit, dat Gods innigst leven inChristus tot heil moet worden uitgestort om zonde en dood te niet te doen.« De voorstanders der bloed-theologie hebben niet begrepen, dat naar de Schrift bloed hetzelfde is als ziel, en dus alleen de aanduiding van het innigst leven.* Wie deze woorden onbevooroordeeld leest, moet tot de conclusie komen, dat DE HARTOG aan de »bloed-theologie« niet veel hecht. Want zooals het er nu staat, lijkt het wel alsof hij er een heimelijken afkeer van heeft; maar indien men het woord »zoogenaamde« erbij leest, kan men beseffen, dat hij haar juist door dit woord ervoor te voegen, in bescherming neemt.

Met droefheid ontdekten wij deze kleine, bijna onmerkbare onjuistheid in Ds LlNDF.BOOM's referaat. Op een zoo cardinaal punt had mijn bestrijder zelfs in de verste verte aan zijn hoorders en lezers geen gelegenheid mogen geven om mij mis te verstaan.

Met tegenzin brachten wij het voorafgaande aan te midden van de heiligste overpeinzingen. Maar wij moesten het doen om der wille van de waarheid.

Van groote beteekenis is, dat Ds LINDEBOOM, bldz. 25, met verbazing aanteekent bij onze belijdenis aangaande den zoendood: »let wel: niet door het zoenbloed van JEZUS, maar door het zoenbloed GODS«.

Allereerst vragen wij: is JEZUS niet de Zoon Gods, dus GOD (Joh. 1 : 1.).

Maar dan voorts.

Van den aanvang af heeft de Christenheid het martelaarschap

Sluiten