Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het viel ons op, dat de discipelen een plaatsvervanger voor den Apostel Judas (op gebed en lot) kiezen als een, die de historie had medegemaakt (Hand. i : 21, 22). Van den tóen geheiligden Matthias hooren we verder niet meer. Maar de Heer zelf zoekt Zijn Apostel Paulus, die Hem gezien heeft uit de eeuwigheid, uit de Hemelen. Paulus, die van een groot ijveraar naar de Schrift klein geworden was op den weg der verbrokenheid. Een bekeerde. En zijn bekeering is zijn laatste autoriteit, als men zijn woord naar de Schrift niet meer aanneemt (Gal. 1 : 12). Al de autoriteit van Wet en Schrift kon hem ook het geheimenis niet openbaren, dat de Heer de levende was, die de heidenen tot zijn erfdeel zocht.

Wie Christus heeft naar de Schri ft, heeft Hem nog slechts naar de idee, naar het onfeilbaar woord op het papier. Maar, wij zijn geen idealisten, geen symbolisten, wij zoeken den levenden Heiland, nu, heden, gelijk Hij is een belooner met Zijn eigen harteslag dengenen, die Hem zoeken.

Wondere omkeering.

Wij worden »symbolisten« genoemd. Naar onze heilige overtuiging echter zijn zij het, die ons daarvan betichten. Want zij hebben nog slechts een symbolum, een gelijkenis in de Schrift van Hem, aangaande Wien wij spreken: »ik weet dat mijn Verlosser leeft.«

Naar een ontdekte natuurwet herhaalt zich de geschiedenis van het gansche voorgeslacht in ieder levend individu.

Dit moge juist zijn of onjuist. Naar de wet van den wederbarenden Geest gaat het op.

De gansche Heils-geschiedenis gelijk zij objectief in de historie slechts wordt geloofd door de Schriit-gelcerden, wordt door den van God geleerde nogmaals doorleefd.

Hij kent zijn val, hij kent zijn roeping naar het land, dat God hem wijst, hij kent zijn slavenhuis der zonde, zijn Egypte, hij kent zijn woestijnreis met de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts.

Hij, o zalige genade, die den versmade zocht 1 hij zegt het de

Sluiten