Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onstoffelijk bestanddeel ziel of geest. Wij belijden hiermeê de taw-deeligheid (dichotomie) en niet de drie-dccligheid (trichotomie). Ziel en geest zijn niet twee verschillende bestanddeelen in den mensch, maar zij zijn het ééne onstoffelijk bestanddeel, uit verschillend oogpunt bezien. Ziel is die zijde van het onzichtbaar wezen des menschen, die meer naar de zichtbare wereld, de wereld der zinnen, gekeerd is. Geest is die zijde van het onzichtbaar wezen des menschen, die meer naar de onzichtbare wereld, naar de onzienlijke, de eeuwige dingen gekeerd is. Ziel geeft 's menschen verwantschap met de schepping aan. Geest doelt meer op 's menschen verwantschap met den Schepper. Om toestanden en werkingen aan te wijzen, die zich het duidelijkst in het lichaam openbaren, gebruikt men meestal ziel, terwijl geest meer duidt op de toestanden en werkingen, die schijnbaar meer onafhankelijk zijn van het lichaam. Bij het lager begeervermogen spreekt men meer van ziel, bij het hooger kenvermogen daarentegen meer van geest, 's Menschen onstoffelijk bestanddeel, als geest aangemerkt, kan desnoods ook bestaan zonder lichaam ; als ziel aangemerkt, is het op het nauwst met het lichaam verbonden. J)

De Heilige Schrift gebruikt bij afwisseling nu eens ziel en dan weer geest, om het onstoffelijk bestanddeel des menschen aan te duiden. Een enkele maal spreekt zij van geest èn ziel èn lichaam. 2) Hierop vooral beroepen zich de voorstanders der drie-deeligheid. Doch, al worden ziel en geest naast elkander genoemd met het lichaam, daarom behoeven ze nog niet twee verschillende bestanddeelen te zijn. Bij de onderscheiding, die de Heilige Schrift in de saamvoeging van geest èn ziel èn lichaam maakt, kan zeer wel door geest worden verstaan het redelijk verstand, door ziel de besluitende wil met al de genegenheden, terwijl dan het lichaam het orgaan of werktuig is, waardoor hetgeen het verstand beraamt en de wil besluit ook werkelijk wordt uitgevoerd en tot stand gebracht.

Behalve ziel en geest worden ook nog tal van andere uitdrukkingen gebezigd, die betrekking hebben op het innerlijk leven des menschen. Zoo bijv. hart, gemoed, binnenste, inborst,

pag 537 [le& druk] begins- der Psychologie, pag. 13. Id., Dogmatiek II 2) I Thess. 5 : 23. vgl. Hebr. 4 : 12.

Sluiten