Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats blijkt het uit de benaming der verschillende temperamenten zelve : het sanguinisch temperament, naar sanguis (bloed); het phlegmatisch temperament, naar phlegma (slijm); het cholerisch temperament, naar cholë (gele gal); het melancholisch temperament, naar melaina cholc (zwarte gal).

Naar het overheerschende van een dezer hoofdvloeistofïfcn in het menschelijk lichaam wordt dan iemands temperament bepaald. Volstrekt gelijkmatige vermenging zou ons den ideaalmensch doen zien met een gemoed, dat steeds volkomen zijn evenwicht zou bewaren. Zulk een volstrekt gelijkmatige vermenging bestaat echter niet. Maar evenmin bestaat er een volkomen zuiver of onvermengd temperament.

Toch zal ieder mensch beantwoorden aan een of meer van de vier genoemde hoofdtemperamenten. Zijn gemoedsleven wordt er door bepaald. En op het gemoedsleven toegepast, kan dan het sanguinisch temperament genoemd worden het lichtmoedige, daarentegen het melancholisch temperament het zwaarmoedige, verder het phlegmatisch temperament het gelijkmoedige, en daartegenover het cholerisch temperament het ongelijkmoedige ').

Met deze Nederlandsche benamingen willen we aanduiden, dat het sanguinisch en het melancholisch temperament, evenals het phlegmatisch en het cholerisch temperament, volstrekte tegenstellingen vormen. Die kunnen dus niet gemengd voorkomen. Daarentegen kunnen als gemengde temperamenten optreden het sanguinisch met het phlegmatisch, het sanguinisch met het cholerisch, het melancholisch met het phlegmatisch, en het melancholisch met het cholerisch temperament. En gewoonlijk treedt in de gemengde temperamenten het eene meer op den voorgrond dan het andere. Groepsgewijze kunnen we dan de gemengde temperamenten aldus voorstellen :

1. sanguinisch-phlegmatisch; 3. melancholisch-phlegmatisch;

2. sanguinisch cholerisch; 4. melaucholisch-cholerisch ;

1) Deel IX, afl. 3 van de «Psychiatrische bladen" (1891) bevat een belangrijke studie van Dr. J. van Deventer Sz. over »De leer der temperamenten", waarin de schrijver ook deze Nederlandsche woorden gebruikt, niet omdat zij een volkomen juiste omschrijving geven van de temperamenten, maar omdat daarin het meest het onderscheid of de tegenstelling tusschen de verschillende temperamenten uitkomt.

Sluiten