Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meening, dat iedere krankzinnige even vóór zijn overlijden weer normaal wordt, berust op een dwaling. De gevallen, waarin dit geschiedt, behooren tot de uitzonderingen. Toch heeft de geestelijk-verzorger steeds rekening te houden met de mogelijkheid er van.

De begrafenis van den verpleegde dient, zoover dit kan, plaats te hebben onder leiding van den geestelijk-verzorger. Ook is het bijwonen der begrafenis door een of meer van wie den overledene hebben verpleegd, zeer gewenscht.

Aan een eervolle begrafenis van wie in het leven zooveel hebben gemist, moet steeds alle zorg worden besteed.

j. GEZINSVERPLEGING.

Voor lijders, die geschikt zijn ter verpleging in eigen gezin of in het gezin van anderen onder toezicht en leiding van personen, met de krankzinnigenverpleging bekend, geldt, wat de geestelijke verzorging betreft, in hoofdzaak hetzelfde als voor lijders, die elders worden verpleegd.

Waar de gezinsverpleging in verband staat met een stichting, waaraan een geestelijk-verzorger werkzaam is, zal het in den regel gewenscht zijn, dat diens arbeid zich ook uitstrekke tot de gezinsverpleging.

Indien echter de gezinsverpleging zulk een uitbreiding verkrijgt, dat dit laatste niet naar eisch kan geschieden, is het gewenscht, bij afzonderlijke regeling, hetzij door hulpdienst van een assistent-geestelijk-verzorger, hetzij door de aanstelling van een geestelijk-verzorger speciaal voor de gezinsverpleging, hetzij door den dienst van plaatselijke predikanten, hetzij op andere afdoende wijze, in de geestelijke verzorging bij de gezinsverpleging te voorzien.

k. HULP VAN DE DIENENDE BROEDERS EN ZUSTERS.

Zal de geestelijk-verzorger bij zijn arbeid kunnen rekenen op de hulp van hen, die in de krankzinnigenverpleging werkzaam zijn, dan ligt het in den aard der zaak, dat zijn arbeid zich ook tot hen moet uitstrekken. Van de geestelijke leiding, die

Sluiten