Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de menschelijke zelfstandigheid dreigt te loor te gaan.

*) Het komt uit in den hedendaagschen schoolstrijd. Ik zeg hedendaagschen schoolstrijd. Want het wetsontwerp tot leerdwang is een vrucht van de hedendaagsche sociale strooming. Het is door den minister aangeboden onder het motto van tot maatschappelijk heil des volks te dienen. — Om, de ledige maag te vullen is leerdwang, zoo meent men, een kostelijk middel; kennis toch is macht; enz.

Doch zie nu den staat in zijn overheerschenden invloed. Niet een wet om het vrijwillig nakomen der ouderlijke plichten te bevorderen; maar een wet, waarbij de staat uw ouderrecht u durft ontwringen en u voorschrijft van a tot z hoe 't wezen zal. Aangenomen, dat het onontwikkeld-zijn den maatschappelijken strijd verzwaart, is het evenwel grievend voor elk rechtgeaard ouderhart, dat nu de staat zoo'n dwangmiddel voorschrijft.

We laten nu nog maar eens geheel in 't midden de vraag, of het veel helpt, als het nu allemaal ontwikkelde bollen zijn; of dan de kansen om een behoorlijk stuk aan den maatschappelijken disch te veroveren weer niet precies gelijk staan, dan wanneer ze minder ontwikkeld zijn. Maar dit alles in 't midden gelaten, zien we in de manier dezer liberale staatsbemoeiing met de volksnooden, — een aanslag gepleegd op de rechten, en op de vrijheid der ouders.

We kunnen dus zeggen: staatsbemoeiing in liberalen zin met de volksnooden komt in 't kort hier op neer, dat de staat kennis genomen of gekregen hebbende van de ellende, wel niet in conservatieve aandoenlijkheid zich terug trekt, maar nu geheel naar eigen ziens- en denkwijze optreedt, om van boven af, met vernietiging van de zelfstandigheid en van de souvereiniteit in eigen kring, eigenmachtig, zelfgenoegzaam (ook wel zelfzuchtig) allen te dringen in het ijzeren dwangbuis, dat de „staat" belieft in gereedheid te brengen. Het stelsel bedoelt dus niet maar een lenigen van den nood als zoodanig en een hulpe bieden, om naar eigen-natuur van het

*) De lezer gelieve hier te bedenken dat dit gedeelte is geschreven in de dagen toen het wetsontwerp tot leerplicht nog aan de orde was.

Ondertusschen is thans (1905) weer sprake van schoolstrijd. Hoe de liberalen nn „front maken voor de openbare school" moet toch wel pijnlijk voor hen aanvoelen, als ze in de binnenkamer eens indenken, hoe voor eenige jaren met hoogheid werd nedergezien op die bijzondere scholen en ze nu al zoo ver (weg!) zijn, de liberalen, dat ze met hun bekende „frontmakerij" de openbare school moeten trachten op te lappen. En dat terwijl ons Chr. ministerie nu niet omgekeerd doet wat zij eenmaal deden, en de openbare school zelf aanvalt, maar slechts een weinig verder aanstuurt op recMs-gelijkheid. — Arme Liberaliteit!

Sluiten