Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een oorlogschip eens op die manier een baksorder uitgaf of Minister Ellis durfde het wagen een zoo gestelde circulaire aan het scheepsvolk rond te zenden, honderd tegen een dat Hugenholtz een interpellatie aankondigde over zoo ongemanierde uitval.

Het Bestuur van den Utrechtschen Bestuurders Bond schijnt 't voorloopig niet aan „hoogheid" te ontbreken.

Dat 't prettig dient onder deze chefs dat spreek weluit heel deze vriendelijke aanmaning.

En in den komenden geluksstaat? Asjeblieft!

Henry George zegt in zijn boek „Het vraagstuk van den arbeid" hiervan:

„Wanneer wij ons lichamelijk organisme vergelijkeci mogen met het maatschappelijk organisme en den waren werkkring van den staat beschouwen als verwant te zijn aan de heerschappij van het bewuste verstand bij den mensch over de lichamelijke organen, en veronderstellen, dat de vrije werking der krachten en begeerten van de individuen een taak verricht, die is te vergelijken met de taak, die in het menschelijk lichaam verricht wordt door het onbewust instinct en de onwilkeurige bewegingen, dan komt het ons voor, dat de anarchisten menschen zijn, die zouden willen probeeren, om het te redden zonder hoofd, en dat de socialisten menschen zijn, die zouden willen beproeven hun ademhaling, hun spijsvertering, hun bloedsomloop te verrichten door middel van het bewuste verstand."

En hierin schuilt veel waarheid.

Om tegenover al dergelijke gevaren en bezwaren, als hierboven genoemd zijn, de volksinvloed als genoegzame tegenweer te plaatsen, is, dunkt ons, wederom te hoog, te goed gedacht van den mensch.

Men wil n.1. dat door volksstemmingen gedurig zal worden uitgemaakt, hoe of de Staat zal hebben op te treden. Als de Staat dus iets verkeerds in den zin had, of ten uitvoer wilde gaan leggen, dan zou het volk daar wel tegen in verzet komen. Maar vergete men niet, dat het dusgenoemde Staatsbewind zal bestaan uit menschen; menschen van vleesch en bloed; en het volk evenzoo. De bestuurders, hoofden, volksdienaren (noemt ze, zoo ge wilt) ze zullen trachten 't volk naar hun gedachte en hand om te zetten.

Als menschen, die van nature ook een boos hart hebben, bestaat de mogelijkheid, dat ze voor omkooperij en kuiperij niet terugdeinzen, te meer als ze atheïstisch (zonder geloof aan God) zijn. Geweld zal zelfs niet worden op zijde gesteld, als daarmede het doel kan worden bereikt. En zoo voort. En

Sluiten