Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadruk er nogmaals op gewezen hebben, dat het al of niet rekenen met het feit der zonde, een stelsel aanprijst of veroordeelt. — „Uit het hart des menschen komen voort booze bedenkingen", — wie dit woord van Jezus durft te weêrspreken, hij zal met zijn ideeën en idealen door de praktijk in het aangezicht worden geslagen. Wie, revolutionair, zijn stelsel opbouwt op het verondersteld innerlijk-goed-zijn van den mensch, — hij zal, 't zij liberaal of socialist, conservatief of anarchist, schrikkelijk worden teleurgesteld. Voor een paradijs moet men ook een paradijs-menscA hebben. Ik weet wel, dat ook door den Sociaal-Democraat hierop wordt geantwoord, dat die z.g.n. paradijs-mensch niet komen zal voor en aleer de paradijs-staat zelf er is; m.a.w. dat de mensch een product is van zijn omgeving; en we derhalve bij de aanbieding van een nieuwen (heil)-staat ook een nieuwen mensch zullen aanschouwen ; — maar deze redeneering (atgedacht reeds ran het feit dat ze onwaar is) sluit ons op binnen een ijzeren cirkel, waar we nooit uitkomen.

Hoor slechts: de mensch is een product der omstandigheden ; een kapitalistische maatschappij kan dus geen menschen scheppen, geschikt voor een socialistischen (heil)-staat. En toch zullen menschen, menschen geboren in een kapitalistische maatschappij, dien nieuwen staat hebben te scheppen; we worden toch niet per scheepsgelegenheid over zee naar een andere wereld gebracht, welke daar eerst voor ons is in gereedheid gebracht. Of wilt ge het in één woord saamgevat: hoe kan een niet-goede mensch een goede maatschappij stichten? En antwoordt de socialist: maar wij prediken toch een anderen toestand; en wij arbeiden toch reeds aan den bouw eener nieuwe maatschappij ? welnu, dan valt daarmede ook de philosophische grondstelling: dat de mensch product is van zijn omgeving. Waar blijft dan het historisch-materialisme ? — Of baart de kapitalistische maatschappij socialistische menschen? Dan moet een socialist die kapitalistische maatschappij nog niet zoo uitgeput en veroordeeld achten. Of antwoordt men daarop: de tegenwoordige ellende heeft onzen geest in ons ontstoken; en ons denken wijst ons een anderen weg? Welnu dan is daarmede het pleit gewonnen, dat ten slotte hoogere factoren dan die van het stoffelijke ons leiden in den strijd des levens; dat de geest regeert; dat onze daden beheerscht worden door ons denken. Maar ga dan ook een stap verder; en erken (dit is logisch) dat ons denken wortelt in ons zijn; en alzoo „uit het hart de uitgangen des levens zijn"; en ten slotte de strijd dei belangen wortelt in — en beheerscht wordt door een strijd der beginselen.

Sluiten