Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God, als de Schepper aller dingen, is de eenige Oppergebieder en Souverein; juist in die belijdenis, dat Hij Schepper is aller dingen, ligt opgesloten, dat, voor welk gebied des levens ook, Zijn wil de eenige basis en maatstaf is en blijft.

Het feit der zonde is niet anders en niet minder, dan een loochening dezer waarheid; vandaar dat de zonde in haar wortel ongeloof is en leugen. Het eten van den verboden boom was niet anders dan de uiting van een innerlijke, principiëele afzwering van God almachtig; een uitspraak: ik zal aan mijzelf en niet aan U hebben te vragen, wat ik mag doen en laten.

Dat is m. a. w. wat wij Revolutie noemen. En daarin ligt dan ook het wezens-kenmerk van alle revolutie. Onder dit „alle revolutie" bedoelen we, dat onder allerlei vormen, op verschillend gebied een herhaalde voortzetting en gedurige herhaling plaats vindt van de revolutionaire daad in het Paradijs.

Alle partij en richting derhalve, welke niet erkent de hooge majesteit Gods, is daarin en daarom revolutionair.

Hiertegen als verweer aan te voeren, dat zoo iets mogelijk opgaat in 't verborgen binnenkamer- en ziele-leven, of Rechts gelden zou op kerkelijk gebied, maar niet op de publieke markt des levens, is slechts bewijs van gebrek aan inzicht. Objectief (voorwerpelijk) en subjectief (onderwerpelijk) is dit standpunt onhoudbaar en geoordeeld.

Objectief. Dit beteekent hier: bezien van Gods zijde. Is n.1. God werkelijk erkend (n.1. in de uitspraak: God alleen voor 't zieleleven, en niet voor de andere terreinen), dan is daarmee de belijdenis aanvaard, dat Hij de Schepper is aller dingen, en staan deze alle onder Zijn ordinantie (regel en wetgeving.) Men berooft God van zijn goddelijkheid, indien dit wordt ontkend. leitelijk staan dan ook de besliste god-loochenaars op consequenter standpunt. Het is, wanneer men maar durft doorredeneeren, van tweeën een: óf op de verschillende terreinen wordt God geloochend, als wetgever on dan verloochent men daarin God zelf in Zijn bestaan, en staat er dus niets onder zijn ordinantie; óf men belijdt God, als Schepper en Regeerder aller dingen, onder Wiens oppermajesteit alle knie alom en immer hebbe te buigen, Hem huldigend als den souverein; dit is de Calvinistische gedachte.

Doch ook subjectief, d. i. van ons standpunt uit, is de leer onhoudbaar, alsof we met God wel in het eene, en niet in het andere geval hadden te maken. Een mensch is toch in zijn denken en wereldbeschouwing niet gedeeld of uiteen gescheurd. Ons denken wortelt in ons zijn. En uit het hart zijn

Sluiten