Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ordinantiën. Met andere woorden, anti-revolutionair beteekent: tegenover liet god-looze en goddelooze beginsel der Revolutie te plaatsen het Godverheerlijkend en menschverblijdend Evangelie.

Met nadruk dient er dus op gewezen te worden, diep moet het worden beseft, dat anti-revolutionair niet slechts beteekent: wij zijn tegen het ongeloof en tegen de beginselen van Godverzaking, latende het overigens gaan zooals hei gaat; maar wij hebben wel degelijk de bedoeling, om tegenover het verkeerde het goede te plaatsen. Niet slechts negatief, maar ook en niet minder positief hebben we op te treden. Zoovelen, die nog maar altijd toonen, daarvoor geen oog te hebben, mogen dit wel eens gaan bedenken. Het Kruis, het Evangelie bedoelt niet slechts aan te wijzen wat verkeerd is, en hoe het niet moet, maar ook en evenzeer hoe het wel moet, en waarin tegenover den gruwel der zonde het medicijn der behoudenis ligt. En dit nu is de taak, welke de antirevol. partij zich krachtens haar Evangelisch standpunt ziet aangewezen, om n.1. op staatkundig gebied te verdedigen en aan te bevelen, wat het Evangelie en de ordinantiën (geboden) Gods gebieden en eischen, tot waarachtig geluk, bloei en zegen van een natie, in al haar geledingen en voor al haar vraagstukken en verhoudingen.

Van de zijde des ongeloofs wordt menigmaal verkondigd, dat tot wezenlijk heil van het volk, vooral voor zijn sociaal (maatschappelijk) belang, eerste voorwaarde is: het geloof en den godsdienst er buiten te houden.

Het gaat, zoo heet het dan, „om een beteren boterham", en of ge nu geloovig zijt of ongeloovig, dat is precies gelijk; een leêge maag van een geloovige is volkomen gelijk aan dito ledige van een ongeloovige, en 't medicijn daarvoor is niet godsdienst, geloof, bijbel enz., maar brood en vleesch en wat dies meer zij. 't Was daarom dat de heer v. d. Goes (sociaal-democraat) in zijn brochure: „ Wat de socialisten niet willenop blz. 17 schreef: „Socialisme heeft met het werken te maken, Godsdienst met het denken en gevoelen. Het socialisme is de oplossing van de broodvraag, elke maag vraagt om brood, van kerkelijken en van onkerkelijken. Het socialisme te willen beoordeelen met godsdienstige theorieën is even dwaas als het broodbakken te gaan ki'itiseeren uit een kerkelijk oogpunt. De manier, waarop men op de aarde het gemakkelijkst in zijn onderhoud zal voorzien, heeft niets te maken met de quaestie of er een God is, en wat zijn verlangen is." Tot zoover de heer Van der Goes in den jare 1891. Thans schrijven we 1905.

Sluiten