Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans is de heer v. d. Goes privaat-docent in Amsterdam; dus geroepen om aan de studeereude jongelingschap onderwijs te geven, 't Is dan ook van harte te hoopen, dat deze brochure niet |]meer mag dienen, om het standpunt van den schrijver te vertolken. Want zeer zeker, de schrijver heeft volkomen gelijk, dat godsdienst (ook) met denken en gevoelen heeft te maken. Maar hij bewijst van den godsdienst zelf nog niet veel ernstige studie te hebben gemaakt, en evenmin oog te hebben voor den mensch in zijn eenheid van zijn en denken, en spreken en doen. Immers: men moest toch weten, dat ons denken, ons hoofd, ons doen, onze hand beheerscht. In ieder geval is dit een stuk uit de leer van den godsdienst zelf, dat n.1. de erkentenis van Gods bestaan ook insluit, dat we ' Hem dan hebben te eeren, en dat alles onder Zijn ordinantie staat. Geeft men als de heer v. d. Goes in zijn betoog de mogelijkheid toe, dat God bestaat, en dat Hij ook iets „verlangt", hoe ter wereld kan dan gezegd worden, dat b.v. in 't sociale leven dit „niets heeft te maken?1

Bestaat God, is Hij de Schepper aller dingen; dan staat niets buiten Zijn heerschappij, dan heb ik ook te vragen, hoe God wil dat ik zal optreden in mijn natuurlijke, aardsche levensverhoudingen. Feitelijk hangt heel het geding ten piincipale (in beginsel) aan de vraag: „Gelooft ge in God den Schepper van hemel en aarde?" En nu de proef op de somde mannen, die redeneeren als genoemde schrijver, zijn dan ook meestal deze geloofsbelijdenis niet toegedaan. Om met den heer v. d. Goes te spreken: „wie brood bakt," heeft ook daarin zijn God te eeren en te erkennen; ook die arbeid moet verricht met getrouwheid en nauwlettendheid; zondig^ is het b.v. indien we er vergif in mengden, ook indien we 't door ons toedoen óf laten aanbranden óf niet gaar voorzetten enz.

Op al deze punten heeft het ongeloof zich dus te herzien.

De wetenschap dier mannen komt anders in een ongewenscht daglicht te staan; maar ik geloof, zij weten ook wèl beter. In den jongsten tijd hebben allerlei sociaal-democraten van naam zich te dezen opzichte niet onverdienstelijk gemaakt, door in bladen en tijdschriften op philosophische wijze in het licht te stellen, dat het geloot toch, bij eerlijke beschouwing der dingen, niet door den dogmatischen socialist kan worden aanvaard; ja dat socialisme zich naar zijn grondbeginselen niet verdraagt met de opvatting en wereldbeschouwing van het Christelijk geloof. Mannen als Dr. Gorter, Dr. Pannekoek, en .... de heer v. d. Goes leverden in het tijdschrift „De Nieuwe Tijd ) en in het dagblad*

Het Volk" daarvoor belangrijke bijdragen. Met hetgeen de heer v. d. Goes b.v. schreef in 1891 (zie hier boven) verge-

Sluiten