Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liike men eens wat hij schreef in 1904, Februari-aflevering

van De Nieuwe Tijd"; daar heet het: Maar zoodra de arbeider tegen de slavernij van het kapitaal in opstand is gekomen, en alzoo 'n nieuw mensch geworden, wordt de kerkelijke vertroosting voor hem zinledig en vervalt de godsdienstige behoefte ....Het. socialistisch proletariaat is godsdienstloos. II ij ontkennen niet en verheffen ons integendeel er op, dat degroote massa van het proletariaat, tot het socialisme overgaande, den godsdienst vaarwel zegt. — Men zie verder voor breeder ontvouwing dezer dingen myn geschrift „Vrijzinnige Staatkunde." — Ik wil hier alleen maai vragen: wat is nu de waarde van des heeren v. d. Goes _oude plunje" ? Lijmhout is al hun geroep van „godsdienst is privaat-zaak". De heer Gerhard, socialist, (van zijn vrienden moet men het maar hebben) heeft eens gezegd, en dat is waar, dat de stelling „godsdienst is een privaat-zaak moet worden beschouwd als „tijdelijke praatjes, door behoefte aan succes ingegeven." (Zie „Het \olk" 110. 5o8).

Voor elke levensverhouding, voor al ons denken en doen, voor heel ons menschelijk leven en bedrijf heeft God Zijn wetten gegeven, 't Zou ongoddelijk zijn, wanneer het anders ware; en Hij bedoelde tevens in die wetgeving het heil en belang van Zijn schepsel. Door de zonde is die wetgeving op zijde geschoven door den mensch. De zonde is emancipatie (zich ontslaan van banden.) Een valsche vrijheids-leus. En nu is in het Evangelie (d. i. in de openbaring Gods in Christus en Schrift als de Behouder van zondaren) weer dij vernieuwing een afkondiging geschied van den weg tot levensgeluk en vreugde, bloei en ontwikkeling. Nu is van die Evangelische afkondiging het karakteristieke, dat ze ons zegt, hoe het nu moet, zal het goed gaan, juist in deze wereld van zonde. Waarbij dan vóór alle dingen vaststaat, dat het Evangelisch beginsel niet de pretentie (aanmatiging! maakt van afdoend, volkomen, in deze bedeeling van zonde, te helpen; maar steeds lenigend, verzachtend, beterend en helpend van aard is, zonder evenwel nu reeds alle ellende weg te nemen. Dit hangt hiermede saam, dat we thans nog leven in een wereld, welke ook haar beginsel van zonde, ellende en vernieling nog kan laten doorwerken. Dat ze dat kan, hangt wederom saam met het Raadsplan Gods tot voltooiing van het wereldproces. Iets waarop we thans niet ingaan, nademaal dit ons te ver zou afvoeren van ons onderwerp.

Nimmer stelle men dus den eisch, dat we een afdoend middel, dat alle kwaad op eenmaal wegneemt (hier op maatschappelijk gebied) zullen aanbieden; 't zij dan door particuliere, 't zij door Staatshulp.

Sluiten