Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot hulp. God neemt het op voor het verdrukte; dat doet God ook door de overheid; ze is ook daarin Gods dienaresse. Dat zij het niet altijd doet, is niet Gode te wijten. Doch kent en volbrengt zij haar plicht en taak, dan is zij den ellendige en verongelijkte tot behoudenis.

Dit alles nu in verband gebracht met ons onderwerp, dan blijkt hieruit, dat het Evangelisch standpunt medebrengt, dat de overheid zich op het terrein des socialen levens in den heerschenden nood zich een taak ziet aangewezen.

De overheid toch leerden we kennen als een genadegave, een zegen Gods voor Zijn menschenkind; ze is een deel van het Evangelie; dit opgevat in zijn breedste gedachte.

De overheid, die haar motief (bestaansreden) vindt in het „om der zonde wil", is juist de aangewezene macht om met gezag op te treden voor den sociaal ellendige en verongelijkte.

„Dienaresse Gods" alzoo, en dat om der zonde wil.

Dit echter geeft nu aanleiding tot twee opmerkingen welke van belangrijken aard zijn:

a. Is ze er „om der zonde wil," dan vindt ze daarin haar criterium (maatstaf), 'twelk haar taak bepaalt; dus m. a. w. haar roeping brengt niet al aanstonds mede om in te grijpen.

b. Ze heeft niet zoozeer de taak om als philanthroop op te treden, maar om recht te doen.

Lichten we het nader toe.

Vooreerst dan: de overheid moet krachtens haar aard niet al aanstonds en bij elke gelegenheid worden ingeroepen. Ze is er n.1. „om der zonde wil". De overheid, gelijk ze thans bestaat, is wel een zegen nu de zonde in de wereld heerscht, maar ze is toch eigenlijk een aanklacht tegen ons, in haar tegenwoordigen vorm. Ze wijst op ons zondig hart. — De ideale (gewenschte) toestand zou zijn, als we het zonder deze onze overheid afkonden. — Hoe meer inmenging der overheid noodzakelijk is, hoe meer wij derhalve daarin bewijzen op het verkeerde pad te zijn. Willen we dus ons zelf niet onteeren, en niet al te spoedig ons onvermogen bekennen, dan moeten we de overheid zoolang mogelijk er buiten houden. Buiten de bemoeiing met onze maatschappelijke aangelegenheden, in casu (in dit geval) sociale ellende. Men vergete toch niet: alle hulp van onder af, of wilt ge: „zelf-help" is ver te verkiezen boven iets, wat u van boven af wordt opgelegd. Wat vx-ijwillig geschieden kan is voorts altijd veel voortreffelijker en in den regel ook minder kostbaar. —

Overheids-bemoeiïng, Staatshulp, worde dus voor laatst gehouden. Niet omdat het verzachten en verminderen van lijden ons zou tegenstaan, maar omdat we ook ons-zelf hebben te

Sluiten