Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet aangewezen, om de verschillende groepeenngen en terreinen des menschelijken levens te beschermen en in hun rechten te handhaven. — Wie leeft uit het beginsel der staatsvergoding kent geen a parte, zelfstandige levensterreinen; kerk, school, kunst, handel, arbeid enz enz ze zijn alle eigendom van, en gewijd aan den staat. Hun zelfstandigheid is feitelijk geloochend, hun souvereimteit in eigen kring vernietigd. Het is het clericalisme in den top, (zie hierboven (in hoofdstuk III) wat we zeiden over Spinoza en zijn stelsel.) Wie op Evangelisch standpunt staat, gelooft dat elk terrein des levens zijn a parte, eigen wetten, levensvoorwaarden en ontwikkelingsgang heeft, waarover de staat, of laat ik zeggen. de overheid niets heeft te zeggen zoover het dit leven an sich (d. i. op en voor zich zelf beschouwd) raakt. Eerst dan treedt de taak der overheid in, als deze verschillende terreinen over en weer belangen en rechten hebben te verdedigen welke gevaar loopen te worden geschonden.

Wat is nu het gevolg in de praktijk van deze beide tegengestelde beschouwingen over staat en overheid in betrekking tot ons onderwerp? Dit: dat op het standpunt der staatsvergoding de inmenging van den Staat in het sociale vraagstuk uitloopt op, ja eischt: een vernietiging van het zelfstandig terrein van den arbeid en van de maatschappij. De maatschappij wordt omgezet en opgelost in den Staat. Ja, consequent doorgeredeneerd, moet de Staat niet maar optreden, op dit standpunt, als er gevaar dreigt, maar zelfs van te voren allen levensgang regelen en voorschrijven, in elk geval komt het hierop neêr, dat van een zelfstandig terrein des maatschappelijken levens geen sprake meer is. — De btaat gaat u voorschrijven, hoe lang ge hebt te arbeiden; wanneer, op hoedanige wijze, ja feitelijk had de Staat ook aan te wijzen voor ieder den tak van arbeid enz. enz. ^

We ontkennen niet, dat zich een zoodanig verwarde, ontredderde en zelfs goddelooze toestand kan voordoen, dat de Staat (de overheid) niet anders meer redden kan dan door zeer ingrijpende bepalingen te maken; maar dit mag toch nooit eer, dan voor zulks beslist noodzakelijk is gebleken, en kon er een toestand gedacht worden, dat eisch der omstandigheden werkelijk gebood ook de zelfstandigheid van het terrein (hier van den arbeid) aan te tasten, dan mag di toch niet anders dan met de bedoeling om zoo iets als tijclelijken maatregel in te voeren, doch om van lieverlee het weer terug te leiden tot dien toestand welke eisch is, en zoodra „het5kind hier weêr alleen kan loopen" het dit dan ook weder worde gegund.

Sluiten