Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een van de hoogste en rijkste vormen van het leven is. Het leven van een volk als Staat is een hoog en intelligent goed. De Grieken en Romeinen niet hun fijne (in vele opzichten) ontwikkeling en betrekkelijk hoog standpunt moesten dan ook wel niet b.v. in menscheneten, maar in iets zeer intellectueels en hoogers hun ideaal (levensdoel) stellen. En dit vonden zij in verband mede met hun beteekenis als oorlogvoerend en wereldveroverend volk, in den Staat. _

Het is dan ook alleszins merkwaardig, dat het moderne heidendom van onzen tijd, n.1. de beschaafde volken en menschen, maar die met God en Christus hebben gebroken, wederom in deze verfijnde maar toch aardsche en tijdelijke genieting van staatsvergoding almeer het leven zoeken, -ken beschaafd maar tevens zonder God levend volk, moet wel krachtens beginsel komen tot staatsvergoding.

Zoodra nu het christendom het oude heidendom had overwonnen, moest ook wel de idee van staatsvergoding, als een wezenlijk heidensch iets, plaats maken voor de christelijke opvatting; n.1. dat niet de Staat het hoogste goed was. loen het christendom eenigermate was bekomen van de slagen, welke het heidendom aan hetzelve in de drie eeuwen van vervolging had toegebracht, stonden dan ook de christelijke denkers op, om op wetenschappelijke wijze de christelijke wereldbeschouwing te verdedigen tegenover de heidensche staatsvergoding. De man, die dit voor zijn tijd meesterlijk heeft gedaan, en die daarom onder de baanbrekers voor deze nieuwe en betere wereldbeschouwing moet worden genoemd,

die man was Augustinus.

Vanzelf gaf Augustinus nog geen afgerond stelsel van anti-revolutionaire staatsleer. Hij heeft het beginsel ontwikkeld. Hij trok de groote grondlijnen, hij legde het tundament slechts; maar waarop dan toch in den loop der tijden het „christelijk staatsgebouw zou worden opgetrokken

In de middeleeuwen is Augustinus' stelsel ten opzichte van deze dingen weinig ontwikkeld. Dit kwam omdat men toen toch weer deed aan centralisatie (samentrekking) vai* a^'e terreinen in één punt; namelijk: nu niet zoozeer de Staat,

maar meer bepaald de Kerk kreeg bevoegdheid, door de eemge

positie van den bisschop van Rome, om alles en allen aan haar voet gebogen te zien. Dit kunnen wij als protestanten niet anders dan fout noemen. Doch om niet in een theologisch dispuut te vervallen, zullen we op deze dingen niet

verder ingaan. „

Alleen zij in dit verband opgemerkt, dat met de Ketormatie weder met allen nadruk de vraag aan de orde werd

Sluiten