Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben de liberalen dapper meegeholpen, om b.v. socialisten in de kamer te brengen; niet, omdat die liberalen zoo sterk voor afschaffing van privaat-bezit waren, maar omdat ze dan toch in elk geval, om hun eigen woorden te gebruiken: in de familie bleven.''''

Zoo zien we dus, dat eenerzijds het politieke leven wordt beheerscht door de geestelijke stroomingen van een volk.

In dat licht, en naar dit criterium (keursteen), wordt dan een volk ingedeeld naar zijn onderscheidene richtingen, en gaan zij, die in het sociale leven mogelijk tegengestelde belangen hebben te verdedigen, hand aan hand.

Doch wordt diezelfde natie nu uit oogpunt van sociaal en stoffelijk leven beschouwd, dan vinden we iets geheel anders. Dan n.1. staan b.v. bij een wet tot patent-belasting alle belanghebbenden van welke richting ook, schouder aan schouder wat de hoofdzaak betreft. En godloochenaars met calvinisten gaan hand aan hand, wanneer stands-belangen ter sprake komen. In één woord: uit sociaal oogpunt valt een natie in geheel andere groepen uiteen, dan uit oogpunt van geestelijk leven en richting. Tot dusver heeft men nog steeds deze verwarring laten voortbestaan, om onder beide invloeden tegelijk slechts één volksvertegenwoordiging te hebben Dit werkt hoogst schadelijk en geeft schromelijke verwarring.

Nu willen de anti-revolutionairen, dat er een dubbele vertegenwoordiging komt. Eene, welke een getrouwe afspiegeling zij van het geestelijk leven, van de geestes-richtingen der natie; en eene, waar de sociale aangelegenheden des volks worden behandeld, z.g.n. corporatieve staten. Geschiedt dit niet, dan kan slechts één der beide groepeeringen tot haar recht komen, óf de politieke óf de corporatieve. En wat nu tegenwoordig aanschouwd wordt: het is een ijveren voor algemeen kiesrecht, zonder tegelijk rekening te houden met dit tweeërlei leven van een volk; dat is met recht: „eew ijveren zonder verstand."

Wij willen uitbreiding van kiesrecht; maar niet als een wassen neus, maar tot wezenlijk succes. Doch zal dat, dan moet voorafgaan, of in elk geval er mede gepaard, een instelling van deze tweeërlei volksvertegenwoordiging.

En wat dan het meer zuiver politieke-leven aangaat, voor de vertegenwoordiging daarvan, wenschen we aan ieder hoofd des gezins, en wie daarmede is gelijk te stellen, het stembiljet uit te reiken. Terwijl dan voor het, laat ik zoo zeggen, sociale leven des volks, een kamer van belangen tot stand kome, waarvoor een ieder mag kiezen in zijn gild of corporatie die lid is van dit gild. Dit laatste kiesrecht is dus

Sluiten