Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zal evenwel deze beschuldiging waar worden gemaakt, dan moeten die heeren bewijzen dat wij niet krachtens ons beginsel, maar uit overweging van eigenbelang denken en doen, gelijk dat in dusgenaamde gewraakte gevallen geschiedt. Eerst dan staat men sterk.

En wat blijkt dan bij nader onderzoek? Dat onze houding ganschelijk niet voortvloeit uit stoftelijke, egoïstische overwegingen; maar dat ons beginsel eischt, menigmaal de stem te onthouden b.v. aan een ontwerp dat zou schijnen o zoo kostelijk te zijn voor den werkman. Het maatschappelijk vraagstuk, ons betoog heeft dit duidelijk doen zien, gaat niet buiten de beginselkwestie om. De genoemde beschuldigingen der socialisten komen dus eigenlijk hierop neêr, dat zij gelijk zij zelf zeggen, de mannen van het recht en de waarheid, van ons eischen, dat wij terwille van hetgeen misschien eenig oogenblikkelijk voordeel biedt, ons beginsel zouden verloochenen.

Nu weten we wel, dat b.v. de S. ü. A. P. in Nederland zoo iets doet, door b.v. het gemeenteraadsprogram in strijd te doen zijn met hun z. g. n. program van beginselen.

Maar, daar doen anti-revolutionairen liever niet aan mede.

Een anti-revolutionair, die derhalve terwille van stoftelijke belangen (?) zijn beginsel en grondslag prijsgeeft, houdt daardoor op den naam van anti-revolutionair waardig te zijn.

Dit is de eene zijde.

Doch er is nog een tweede opmerking aan toe te voegen. Niet minder van gewicht.

Gelijk de socialisten meermalen ons beschuldigen van conservatief te zijn, omdat ons beginsel de geestelijke zaken ten slotte hooger stelt dan de stoffelijke, zoo worden anderzijds velen onzer mannen door eigen partij-genooten beschuldigd van socialist te zijn, doordien ze roet nadruk en klem wijzen op de stoffelijke zijde van het vraagstuk. Ook dit is onjuist.

Het geestelijke staat voorop, maar sluit het stoffelijke niet buiten. In het begin der 19e eeuw bracht de verwatering van het beginsel en de liberaliseering van ons volk mede, dat inzonderheid helder en krachtig het beginsel werd uiteengezet. Thans komen we meer bepaald aan de toepassing daarvan toe. Ofschoon met voortdurenden eisch hot beginsel te blijven uiteenzetten. —

En nu is 't opmerkelijk, dat wordt er over „beginselen" gesproken, velen één en al gehoor zijn; vooral als daar wordt ontwikkeld, dat geestelijke zaken boven stoffelijke staan. Maar wordt daarop aangetoond, dat datzelfde beginsel eischt een behartiging in de daad van de stoffelijke nooden, dan fronst menigeen de wenkbrauwen. En zoo gebeurt het niet

Sluiten