Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen over eens, dat individuën toegerust met een encyclopedisch kennen en kunnen tot het verleden behooren. De reusachtige ontwikkeling van wetenschap en nijverheid leiden den mensch der twintigste eeuw met onweerstaanbaar geweld tot differentiatie en specialisatie. Het ware even hopeloos als roekeloos in dit opzicht tegen den stroom der tijdsomstandigheden te willen inroeien. Maar iets anders is het te waarschuwen tegen het k\ te vèr drijven van die natuurlijke processen ; m. i. rust op een ieder, die het wèl meent met den harmonischen opbouw der wetenschap in haar geheel, de plicht hare ontwrichting in den hier bedoelden zin zooveel mogelijk tegen te gaan.

,,L' expérience est la source unique de la verite; elle seule peut nous apprendre quelque chose de nouveau ; elle seule peut nous donner la certitude. Voitè deux points que nul ne peut contester. Mais alors si 1'expérience est tout, quelle place restera-t-il pour la

Physique mathématique ?"

Met deze in den mond van een der eerste wiskundigen van onzen tijd bescheiden klinkende vraag leidde Henri Poincaré zijn meesterlijk verslag in, uitgebracht in 1900 bij gelegenheid van het eerste Internationale Congres voor natuurkunde te Parijs. Bij het lezen daarvan gevoelt Jmen dat de verslaggever de onbeschreven zwevende gedachte van vele moderne natuurkundigen heeft weten te vatten en in den beknopten en helderen stijl der fransche school weer te geven, zonder daarbij op metaphysische en philosophische beschouwingen meer

dan noodig in te gaan.

Wegens het methodologische belang dezer verhandeling

Sluiten