Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegingen, ja over het algemeen „kleine verschijnselen" door lineaire vergelijkingen te beschrijven zijn. Hiertoe behooren ook de voorwaarden volgende uit de symmetrie van eene groep van verschijnselen ; in den laatsten tijd hebben vooral Lorentz en Curie nader de aandacht hierop gevestigd. Deze en dergelijke onderstellingen ontmoet men in alle onderdeelen der mathematische physica ; zij zijn niet gevaarlijk.

In de tweede plaats kan men indifferente hypothesen onderscheiden, d. w. z. zoodanige onderstellingen waarvan de vorm geheel onverschillig is ; de door hen in het vraagstuk gebrachte factoren worden van zelve weer geëlimineerd en de uitkomst is er onafhankelijk van. Zoo kan men tot een aantal schijnbaar verschillende theoriën geraken, die dezelfde eindvergelijking opleveren; wordt deze nu proefondervindelijk gestaafd dan verkrijgt daardoor de juistheid van alle uitkomsten eene hooge mate van waarschijnlijkheid; maar een criterium voor de verkieslijkheid van eene der theoriën boven de anderen heeft men dan nog niet. Een voorbeeld leveren de verschillende theoriën der anomale kleurschifting. Het is voldoende dat men met het feit eener selectieve absorptie der middenstof rekening houdt om tot juiste eindvergelijkingen te geraken ; de voorstelling die men zich van het wezen en de oorzaak dier absorptie maakt is vrijwel onverschillig, het is eene indifferente hypothese. Haar gebruik levert geen gevaar op mits men hare waarde niet te hoog schat, waartoe echter sommige natuurkundigen voortdurend eene bedenkelijke neiging aan den dag leggen. Zulke onderstellingen hebben de eigenschappen van nuttige hulpwerktuigen, van steigerplanken bij den opbouw der wetenschap; zooals de bij anglo-americaansche

Sluiten