Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeronimo de Vries 1) was de vader van Bilderdijk een man, om bang voor te worden, en de zoon had daarvan iets overgeërfd. Daar hij onbeholpen en verlegen was, zich niet gemakkelijk bewegen kon en steeds door de vrees voor een dwaas figuur werd gekweld, voelde hij zich in een groot gezelschap niet op zijn gemak, vervulde hij op een diner of partij meest eene zwijgende rol en vond hij praten de moeilijkste zaak ter wereld 2).

En toch was het, alsof diezelfde man, als hij in een intiemen kring zich thuis gevoelde en loskwam, een ander mensch werd. Dan richtte zijne gestalte zich op, verdwenen de rimpels uit zijn voorhoofd, begon zijn oog te glanzen, en nam hij door zijne levendigheid, door zijne hoffelijkheid, door zijne geestigheid, allen voor zich in. Welke aanmerking er dan ook met volle recht op Bilderdijk als mensch te maken zij, dit pleit altijd sterk te zijnen gunste, dat hij, naar het getuigenis van Willem van Hogendorp, meer nog door den persoonlijken omgang dan door zijne geschriften, een kring van trouwe, aanhankelijke vrienden wist te winnen, die met zijne wijze van zien en denken zich geheel vereenigden 3).

Scherper zijn nog de tegenstellingen, die in Bilderdijks zieleleven zich aan ons voordoen. Eenerzijds was hij somber, zwartgallig, pessimist; hij beziet alles van de donkerste zijde, klaagt over alles en nog wat, over zijn hoofd, zijn hart, zijn maag, zijne ingewanden, zijne nieren, over wind en weder, over huis en bezoek, over Engeland, Duitschland en Holland, over Amsterdam en Leiden en Haarlem, over de gansche wereld. Hij noemt deze wereld een misthoop, een dolhuis, een slijkpoel 4), dit leven eene hel 5), zichzelf den ellendigste aller menschen 6). Ik 1827 schrijft hij : Het schijnt, dat de Voorzienigheid mij alle aardsche rampen heeft willen doen doorgaan. Jammerlijke lichaamspijnen, kwellingen van geest en gemoed, beslommeringen van allerlei aard,

1) Brieven van Mr. Willem Bilderdijk II bl. XIII.

2) Brieven II 81. Kollewijn, Bilderdijk, zijn leven en zijn werken II 384.

3) Kollewijn II 423; verg. verder aldaar II 384v. Jonckbloet, Gesch. der Ned. Letterk., herzien door • C. Honigh, vierde goedkoope uitgave VI 68. Da Costa, De Mensch en de Dichter Willem Bilderdijk, Haarlem, Kruseman 1859, bl. 24v.

4; De Dichtwerken van Bilderdijk XII 115.

5) Dichlw. XII 172. 6) Brieven II 195.

Sluiten