Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Classicus deels, wandelende in het spoor der ouden, kwam hij, vooral ook door Ossian, onder den invloed der romantiek, schudde de schoolsche wetten in de kunst van zich af, en zocht haar oorsprong in het gevoel 1). Bilderdijk had eene sterke zinnelijke natuur en gaf in 1828 nog feijn Grijzaarts Bruiloftszang uit 2); maar hij eerde in de gemeenschap des huwelijks eene der schoonste gaven, door God aan den ongelukkigen sterveling geschonken 3). Ilij was van harte de Gereformeerde belijdenis toegedaan, maar veroorloofde zich van haar verschillende afwijkingen. Volgeling van Calvijn, had hij toch voor sommige leerstukken en plechtigheden der Roomsche Kerk onverholen sympathie. Mij was Nederlander in merg en been, warm vaderlander, trouw aanhanger van het Oranjehuis, maar hij bezong Koning Lodevvijk met een geestdriftig gemoed en wijdde eene beroemde Ode aan Napoleon. In zijn hart conservatief en aristocratisch, koesterde hij toch sommige democratische en liberale denkbeelden. Moltzer noemt Bilderdijk den grijsaard van het verleden, Goethe den jongeling der toekomst, uiaar de beginselen, door Bilderdijk verkondigd, hebben over het rationalisme zijner dagen de volledige overwinning behaald.

Een man met zulk een geprononceerd karakter wekt [verschillende gewaarwordingen op en geeft aanleiding tot do meest uiteenloopende beoordeelingen. In zijn Uitzicht op mijn dood, van het jaar 1824 kon Bilderdijk terecht van zichzelf getuigen :

Gehaat, vervolgd, veracht, van kerk- en staatsverstoorderen Van anderen opgetild tot boven 't firmament!

Ach laffe lof en hoon, zoo nietig 't een als 't ander, Uit onverstand of drift bij handenvol verkwist! 5)

Maar ook wie niet door onverstand of drift zich laten meesleepen, zijn menigmaal met zijn persoon verlegen. Ook da Costa noemde hem een man, zonderling in alles ; volgens Willem de Clercq was hij voor velen een raadsel; en Groen van Prinsterer schreef van hem : Christen-wijsgeer is het tegendeel van sofist, maar het apodictische van Bilderdijk geleek naar sofistischen trant 6).

1) Kollewijn II 443. 2) Dichtw. X204. 3) Dichtw. X 363v. XI289.

4) Mr. H. E. Moltzer, Bilderdijk en het Nederlandsche volk. Aan wien de schuld der verwijdering ? Groningen, Wolters 1873 bl. 35.

5) Dichtw. XII 367.

6) Nederl. Gedachten V 250. Vergel. Ongeloof en Revolutie 1868 bl. 34v,

Sluiten