Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was er geen gebrek. Ontaarden, nitvaagsels van de wereld, laffe slaven der tirannie, landverraders, pesten der maatschappij, aterlingen, vloekverwanten, dwingelanden, samenzweerders, burgerbeulen, monsters, deze en soortgelijke waren de titels, welke de nieuwe partij aan den Stadhouder, aan de overheden, aan al hare tegenstanders gaf 1). En als aan de tirannie van deze machten maar een einde gemaakt was, de heerschappij der rede afgekondigd en het recht des volks erkend was, dan zou de zon der vrijheid, der gelijkheid en der broederschap over Nederland en over alle volken opgaan. Van Frankrijk uit breidde zich immers het geluk en de welvaart steeds verder over heel de wereld uit. En de Vrijheid en Gelijkheid, de eenige goden, thans door de rede erkend, zouden de godheden zijn, welke straks door alle menschen werden gediend en hen zouden binnenleiden in een onverwelkelijk aardsch paradijs.

Men moet deze tijden en toestanden kennen, 0111 het optreden van Bilderdijk, indien niet te waardeeren, dan toch te verstaan. Niemand zal het zeker opnemen voor al de smaadwoorden, die Bilderdijk zijn tegenstanders naar het hoofd slingert, allerminst als deze nu en dan een persoonlijk karakter gaan dragen. Maar om billijk te zijn, dient men allereerst zich rekenschap te geven van de ruwe, trotsche taal, waarvan de tegenpartij zich bediende tot kenschetsing van alle belijders van het Christelijk geloof, van alle minnaars van Nederland en Oranje. Op eene natuur als die van Bilderdijk met haar diep gevoel, haar brandenden hartstocht, haar geweldige passie, moest de godsdienst der „Aufklürung" een indruk maken, die hem dikwerf zelf te machtig was. Mijne verontwaardiging, schreef hij eenmaal aan Tollens, over de waanwijze domheid dezer eeuw kent geen maat, als zij eenmaal losbarst 2). Met treffende juistheid heeft Bilderdijk in • deze woorden zijne houding tegenover de eeuw, in welke hij leefde, geteekend. Deze eeuw was de zijne niet en zou het nooit worden 3). Gloeiende verontwaardiging bracht zijne ziel in beroering, dreef hem aan tot verzet, en legde hem eene taal op de lippen, die niet als wetenschappelijke beschrijving, maar als

1) t. a. p. bi. 559, 560, 611, 614.

2) Brieven III 71. 3) Dichtw. VI 39.

Sluiten