Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een ijzeren zuil en een koperen muur vergeleek 1). Niemand, die dit in het oog houdt, kan Bilderdijk karakter ontzeggen. Karakter toch bestaat in het vaste, consequente willen en handelen naar bepaalde grondstellingen. In dezen zin heeft Rilderdijk meer dan iemand in zijn tijd getoond, karakter te bezitten. Reeds als student werd hij om zijne politieke en godsdienstige gevoelens geplaagd en bespot 2), en heel zijn leven door heeft hij ter wille van deze beginselen veel smaad verduurd. Nu is er daarbij geen verschil over, dat Rilderdijk zijne zaak al té spoedig en te volledig met de zake Gods vereenzelvigd heeft; en ook is er geen twijfel aan, dat hij door zijne persoonlijke handelingen menigmaal aan de beginselen, die hij voorstond, schade heeft berokkend. Maar wie den ganschen persoon in het oog vat, heel dat leven overziet, er den grondtoon van beluistert en de beginselen er van opspoort, die ontdekt eene eenheid en harmonie, welke te meer treft, naarmate ze minder verwacht kon worden. Semper idem — was zijne leuze, en daaraan is hij inderdaad in de kern van zijn persoonlijkheid, blijkens de verknochtheid aan zijne beginselen, en de verdediging van wat hij voor waarheid hield getrouw gebleven ten einde toe. Trouwens, indifferent, neutraal kon een man als Rilderdijk niet zijn. Hij was door en door partijman, hij was absoluut in al zijne beweringen, van het relativisme had hij een hartgrondigen afkeer. Zulk een absolutisme is zeker niet altijd het ware en juiste standpunt, dat de feilbare mensch tegenover de velerlei richtingen van zijn tijd behoort in te nemen. Maar indien Rilderdijk minder absoluut ware geweest, zou hij minder resoluut zijn opgetreden tegen de dwalingen van zijn tijd.

Deze partijdigheid, in goeden en in kwaden zin, is ongetwijfeld eene der oorzaken, waarom Rilderdijk nooit in den vollen zin populair zal worden. Daarvoor zijn noch in den dichter noch in ons volk de vereischten aanwezig. De Revolutie heeft nog sterker dan de Reformatie ons volk in twee richtingen uiteen doen gaan. Jaren geleden schreef Vosmaer al, dat de bewonderaars van Rilderdijk tot liet verleden gaan behooren en dat geen enthousiasme en geen lyriek den dichter meer redden zal. //Rilderdijk heeft in zijn leven den rug gekeerd aan de toekomst en zijn heden

1) Busken Huet t. a. p. bl. 126.

2) Brieven II bl. XIV.

Sluiten