Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lactantius gelijk : nullus error nisi cum aliqua veritatis specie conjunctus 1). Maar toch kan het stelsel der autonomie, door Kant en Fichte opgebouwd, uit den aard der zaak bij den machtigen estrijder van alle autolatne geen instemming vinden. Wat hij er op tegen heeft, is juist de emancipatie van den mensch 'de ton oom ve r k 1 a ri n g van zijn verstand en rede. Het Kantianisme noemt h,j gevaarlijk, wijl het onzen geest isoleert, in zijn criticisme eigenoor ec onderstelt en aanneemt over waarheid en valschheid, en ït niet slechts in relatieven maar in absoluten zin. Het wil - ",etaPhysica tot grondslag leggen van'godsdienst en zedelijkheid, den mensch Gode gelijk maken en boven Hem stellen; er, van genade en geloof als de bron alles goeds in ons geen gewag! 2) au a c w ijsgeerige stelsels was echter, gelijk ook da Costa opmerkt 8), ten allen tijde dat van Leibniz het meest naar zijn hart. Volgens de mededeeling van Kinker had reeds de vader van Bilderdijk eene grondige kennis van de wijsbegeerte van eibmz en was hij een werkdadig Christendom, eene orthodoxie van den plicht eene beoefening van de deugd naar de Christelijke zedeleer toegedaan 4). Daarin werd ook de zoon opgevoed en de ingenomenheid met deugd en plicht is hem tot in zijn ouderdom bijgebleven. Maar toch waren er verschillende invloeden, die bij Bilderdijk een langzan.en terugkeer tot het positieve Christendom bewerkten. Daartoe behoorden o. a. het lezen van en Bijbel en van Cats, maar vooral ook de gave en de kunst er poezie Dat Thehvall zijne bekeering grootendeels aan de poezie verschuldigd is, komt hem niet vreemd voor. Zouden wij, zoo vraagt hij aan da Costa, zonder de poëzie wel zooveel belang in godsdienst, in Christendom, in waarheid stellen, of daartoe ge^a -t ZIJ" J ^ oor mij, voegt hij er bij, wanneer ik mijn leven nadcnke, had zonder poëzy een dor Stoicismus mijn toevlucht moeten worden en blijven 5). Met het vinden der echte, uit het hart opwellende poëzie, vond Bilderdijk tegelijk de hoogere wereld de geestelijke dingen, de waarheid. Zij was het, die hem onthief aan zichzelf, der Godheid nader bracht, een leidster zijne ziele

werd in haar hooger vlucht, en hem een troostgezant was van Gods gezalfden Zoon 6).

hl1'Ju eV!f \l IV" 2ir?rleJen IV m- V 10a 3> De Mensch en de Dichter b. 464. 4) Dichtw. XII 66, 282. 5) Brieven IV 113. 6) Dichtw. IX 110.

Sluiten