Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verschijning van het geestelijke is, maar nergens verklaart hij, dat het een product van onze gewaarwording is 1). IIij komt er alleen tegen op, dat het stoffelijke, zooals in het materialisme, als iets zelfstandigs, als iets in zichzelf rustends beschouwd wordt. Evenals de gansche wereld, inbegrepen alle geestelijke wezens en dingen, een schijn, eene schaduw, een niet-zijn, een onzijn heeten mag in vergelijking met het onafhankelijke, eeuwige, zelfstandige zijn Gods, zoo is ook het lichaainlijke op zijn beurt weer een beeld, een teeken, een spiegel van het geestelijke ; maar in beide gevallen wordt noch het bestaan der wereld in het algemeen, noch in het bijzonder die van de stoffelijke lichamen ontkend Daarom kon Bilderdijk ook niet geheel instemmen met de monsdenleer van Leibniz, ofschoon hij haar „zeer schoon en schrander»/ vond. De monaden bij Leibniz zijn zelfstandige, wezensgelijke, levende, werkzame, onstoffelijke, onuitgebreide krachten, points métaphysiques, waaruit het zeer moeilijk is, het lichaainlijke, de stoffelijke wereld, de zichtbare natuur te verklaren. Leibniz beproefde dat, door in de monaden tweeërlei kracht, eene actieve en eene passieve, aan te nemen. De actieve kracht is die, waardoor eene monade werkzaam, levend, zielaardig, ziel is. Indien echter de monaden niets waren dan zulke actieve, geestelijke krachten, dan zouden zij niet alleen op elkander inwerken, maar ook ineenvloeien, in elkaar opgaan, en dus geen harmonieuze, uitgebreide wereld kunnen vormen ; dan zou er alleen fusie, wanorde, chaos zijn. Om eene wereld te vormen, eene wereld, die lichamelijk, uitgebreid, zichtbaar is en waarvan alle deelen harmonisch naast elkaar bestaan, moeten de monaden zelfstandig, onafhankelijk, elk op zichzelve compleet, ondoordringbaar, in één woord beperkt zijn. Dat is, aan de monaden moet, naast de actieve, ook eene passieve kracht eigen zijn, welke elke monade zichzelve doet blijven, haar een grens en een perk stelt, haar zelfstandig en ondoordringbaar maakt, haar limiteert, bepaalt, of met andere woorden lichamelijk maakt. Deze passieve kracht is dus bij Leibniz het principe der materie, de materia prima, de passieve weerstandskracht, welke de materia secunda, het eigenlijk lichaam ten gevolge heeft. Gelijk een mathematisch punt, wer-

1) Vurg. Dichtw. V 118. XV 166, 167.

Sluiten